Sessie 14 - Voor iedereen die telt (retconned)

17-18 september (avond, nacht)

  • Locatie en plaats: bij de de DM, 17 april 2026
  • Aanwezig: Lühü, Nestor, Querida, Thormund
  • Afwezig: Zercon
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo

Er wordt afgerekend met de Lidello-clan, maar Carfurio en Porcina blijven gespaard. Querida neemt de boekhouding van de Lidello’s mee en Thormund komt onder druk te staan om zijn verhouding met de Scharlaken Koning te verduidelijken. Nestor komt in zijn edgy era.

De Gourmands overleggen kort en besluiten om de deur naar de barakken af te sluiten met stukken uit Aldo Lidello’s protserige museum voor hemzelf, om dan tot de constatatie te komen dat de deur naar binnen opent. Ze laten de voetstukken en zware objecten gewoon staan (“misschien struikelt er nog iemand over”) en sluipen dan de trap op naar de 1ste verdieping. Die blijkt ingericht te zijn als een soort kantooromgeving, met naamplaatjes op de deuren voor afdelingen als “import/export”, “personeelszaken” en “financiën”. Het is er heel stil. Personeel werkt hier waarschijnlijk niet meer op dit uur.

Via de deur waarop “financiën” staat, stappen de Gourmands binnen in een ordelijk kantoor met rijen kasten en ijzeren schrijftafels, mappen met documenten en typisch kantoorgerei. Querida vraagt zich af of ze hier mogelijk de boekhouding van het Lidello-imperium kunnen vinden en merkt dat de plek waar dit mogelijk zou kunnen zijn, leeg is. Door de volgende deur komen ze in het kantoor waar Alberta nog aan het werk is, burning the midnight oil. Ze zit te schrijven in de grote boekhouding bij spaarzaam licht, schoenen uit. Ze snapt onmiddellijk dat de vreemdelingen hier zijn om haar te doden en geeft toe dat het altijd al “een kwestie van tijd” was tot één van haar vaders vele vijanden erin zou slagen een moordenaar (of moordenaars) te sturen. Ze zegt kalm dat deze situatie niet hoeft te ontsporen en stelt voor om te praten. De Gourmands zijn initieel niet zinnens om dit te doen, maar haar aanbod van een drankje doet Thormund en dan de hele groep overstag gaan. Alberta stelt voor dat ze haar ongemoeid kunnen laten en het imperium van haar vader kunnen laten overnemen (en als ze vragen hoe ze de perverse zaken van haar broer en vader kon laten betijen, zegt ze “wat kon ik anders doen in deze familie?”), maar van zodra Thormund begint te vragen naar haar band met de Scharlaken Koning wordt ze vijandig: haar kalme uiterlijk wordt gemener, demonischer. “Dat jij hier naar vraagt, zelfs?” kaatst ze terug naar Thormund.

Het komt tot een brutaal gevecht. Nestor schiet per ongeluk een brandende pijl in een archiefkast, waarvan één schap direct vuur vat. Querida raakt Alberta zacht aan en met haar pornokinese dwingt ze haar om een vulgair geheim te onthullen: de Gourmands zien telepathisch een beeld van Aldo Junior die naar de kelder gaat om het lijk van zijn moeder te ‘bezoeken’, en het is duidelijk dat Alberta dit zelf walgelijk vindt. Ze bloedt uit haar ogen en oren. Met psychokinetische stralen duwt ze Nestor weg tegen de muur, maar Thormund maakt de zaak af door haar lichaam open te splijten met zijn bijl. Terwijl Alberta’s lichaam verschrompelt, stroomt er rode energie uit haar over Thormunds bijl in zijn lichaam. Een nog half-versufte Nestor stelt Thormund puntige vragen hierover: “hoe zit het nu met jouw band met de Scharlaken Koning?” Thormund negeert die vragen en zegt gewoon dat hij genoeg weet over de Scharlaken Koning om te snappen dat hij radicaal gekant is tegen elke cultus of sekte die de Koning vereert.

Querida probeert de brandende archiefkast te verschuiven naar het venster van de kamer, maar mislukt, en de Gourmands blussen de beginnende brand dan maar met een waterkan die op Alberta’s bureau stond. Querida pikt ook de boekhouding waar Alberta in aan het schrijven was. Nestor ontdekt een magische kom in een kluisje – een object dat Thormund vaag herkent, en in zijn zak steekt.

De groep laat Alberta’s verkruimelende lijk voor wat het is en gaat de trap op naar het 2de verdiep. Deze trap is volledig gehouwen uit marmer, doorschoten met goud en zilver, en deze trap in alle stilte nemen is onmogelijk – eens boven zien de Gourmands een westelijke vleugel naar wat ze vermoeden dat de vertrekken zijn van personeel, en een oostelijke vleugel die waarschijnlijk leidt naar de persoonlijke kamers van de familie. De deur daar naartoe is omlijst met portretten van de familieleden en zien er even protserig uit als de objecten die ze zagen in het museum op het gelijkvloers.

Recht voor hen uit echter zien ze drie wachters staan bij een ijzeren deur. Ze herinneren zich dat die deur wellicht leidt naar de 80ste verdieping van de Armentoren, waar La Poverella – Vittoria Chiesa – hen gezegd had dat Aldo Lidello Jr. zijn “mensenjachten” organiseert. De wachters zeggen dat de groep “te laat” is om deel te nemen aan de “wedstrijd”. Thormund haalt de kom van Alberta boven en beweert die aan Aldo Jr. te moeten geven. Onzeker als ze zijn, geloven de wachters dat en laten ze hen door. De Gourmands worden tien keer kleiner als ze door de deur gaan en komen terecht in een soort kleedkamer met bankjes en lege wapenrekken. Er brandt ook een toorts, die Querida oppikt omdat ze in het donker van de Cacciatore-verdieping anders niks gaat kunnen zien.

De Gourmands gaan door het labyrint en laten zich leiden door geluid: ze kunnen geluiden horen van mensen in doodsangst en metaal op steen. Zo vinden ze verschillende lijken, die naderhand mensen blijken die niet van Alagadda afkomstig zijn, en leggen ze ook diverse deelnemers om aan deze zieke sport. Querida neemt een helm op van één van de slachters en kan eensklaps het labyrint zien alsof het baadt in daglicht. Het maakt haar ogen ook drie keer zo groot. Ze bevrijden één slachtoffer, een bazelende, doodsbange man uit Luvignon, en geven hem een fakkel en een zwaard.

Uiteindelijk bereiken ze Aldo Jr, die net een moeder en haar kind heeft vermoord, terwijl hij nog de arm van het kind vasthoudt. Aldo Jr. spuwt, beledigt en vecht hard. Querida verandert zijn outfit in een amalgaam van pornostencils die mensen afbeelden met veel schaamhaar. Aldo Jr. delft het onderspit door een pijl van Nestor die zich in zijn lies naar binnen scheurt en hem snel doet doodbloeden. De gondoliere eigent zich een zegelring toe van Aldo Jr. De Gourmands vinden de weg terug naar buiten en ontdekken aan het portaal langswaar ze binnenkwamen het lijk van de Luvignaanse man, waar de wachters wat superieur mee staan te lachen: “die gast dacht echt dat hij hier uit kon raken”. De Gourmands kennen geen genade en slachten de wachters af.

De groep verkent de familievertrekken van de Lidello’s. Er is niet veel te zien of te vinden. De slaapkamer van Aldo Jr. is chaotisch, vol rommel, en met sporen van bloed. Er is een lege eetkamer, en een salon waar een open haard bandt zonder dat er iemand is. De slaapkamer van Dell’haizo is vreemd genoeg brandschoon en spartaans. “Ofwel betekent dat dat Dell’haizo een redelijke mens is, ofwel dat hij de meest gestoorde psychopaat is,” weet Nestor.

Een dienaar van de Lidello’s bespiedt de Gourmands als ze terug naar de overloop gaan en sluit direct haar deur. Pogingen om haar te overtuigen om hen te helpen ketsen af en ze sluit de deur af. 

Op de 3de verdieping ontdekken de Gourmands een ware fitnesszaal met een zwembad, en een gescheiden vertrek met medische middelen. De zaal is proper, met diverse fitnesstoestellen, mannequins met wapens en bepantsering, een doelwit waar nog pijlen in steken en vloermatten die duidelijk veel worden gebruikt. Dell’haizo is hier en staat kalm op vanop een fitnessbank, gekleed in een losse training.

Dell’haizo geeft toe dat zijn broer altijd al slecht was voor het zakenimperium van de Lidello’s en zegt dat hij de aanbidding van de Scharlaken Koning “belachelijk” vindt. Op de achtergrond drinkt Lühü van het chloorwater van het zwembad, en stelt vast dat het hem versterkt. Dell’haizo verdedigt zijn eigen rol in de uitbuiting van het Armenlabyrint en stelt voor dat de Gourmands hem ongemoeid zouden laten, want als alle kanalen naar de Scharlaken Koning uitgeschakeld worden, zal het Armenlabyrint terug op ware grootte komen en zullen mogelijk tienduizenden mensen sterven. Nestor en Thormund hebben meer dan genoeg gehoord en vallen aan. Dell’haizo slaagt er weliswaar in beide mannen te vloeren, en vecht met een merkwaardig gebrek aan pijn, maar uiteindelijk sterft hij, achterover vallend op zijn fitnessbank alsof hij gewichten gaat heffen, met Nestors pijlen in beide ogen. De Gourmands ontdekken in Dell’haizo’s fitnessbroek een rubberen knuppel die tegenstanders het zwijgen kan opleggen.

De groep gaat door de ijzeren deur naar de 100ste verdieping aan de kant van het Armenlabyrint, en ontdekken in een zaal Carfurio. De jongen lijkt tussen 10 en 12 jaar oud te zijn en is vanop zijn bed een torentje aan het lijmen. In de kamer hangen scheepjes en huisjes van papier, en overal zijn tafels met latjes, tekeningen en inktpotjes. Hij reageert op de komst van de Gourmands met kinderlijke zachtheid: “Jullie mogen hier toch niet zijn?”. Vragen van de groep ketsen af op hem, en hij wordt bang van Thormund. Lühü bekritiseert de ontwerpen van de jongen, wat hem bijna doet huilen. Querida probeert hem gerust te stellen, wat half lukt. De Gourmands beseffen dat ze hem best met rust laten, en Querida gooit nog een kushandje naar hem voor ze dat doen (de arme, ziekelijke jongen heeft wellicht nu zijn eerste seksuele fantasie opgedaan).

Een open, ijzeren trap leidt naar de 4de verdieping aan de kant van de fitnesszaal. Voor ze die beklimmen, checken de Gourmands nog even een kamer met vele tincturen, textiel en een operatietafel. Lühü neemt een paar tincturen mee, en zowel Nestor als Thormund genezen enkele van hun wonden.

Op de 4de verdieping vinden de Gourmands een chaotisch heiligdom voor de Scharlaken Koning, met absurd veel kaarsen die een rode gloed verspreiden. Er zijn putten in de ongelijke vloer, verbrande altaren, en een nis bedekt door zwart-rode gordijnen waar imitaties liggen van heilige objecten van de Scharlaken Koning. Thormund is kwaad: het amateurisme van de Lidello’s ergert hem. Nestor checkt een biechtstoel, die hem enkel een zicht biedt op een extreem vies toilet. Deze hele verdieping lijkt bijna op een parodie van de Lege Kathedraal. 

De Gourmands gaan verder naar boven en bereiken de dakverdieping van de Armentoren. De tuin hier ziet eruit als een slechte kopie van de Tuinen van de Ambassadeur, met fonteintjes met cupido’s met een rare grijns en een dikke kont, gouden beelden van Aldo Lidello als een koning, en verlepte planten en bloemen. Aldo Lidello zelf zit onder een prieel en verwelkomt de bezoekers. Hij bluft: over zijn verwezenlijkingen (“ik heb iets opgebouwd uit modder en water!”), zijn pact met de Scharlaken Koning (“gewoon een deal”), zijn aanwervingen (“dat jullie hier zijn geraakt betekent dat mijn personeel slecht was”).

Aldo wordt bozer en bozer door de vragen die hem gesteld worden. De Gourmands merken maar half-en-half dat ze omsingeld raken door Aldo’s gardisten. Ze willen graag de dikke patriarch over zijn eigen muren gooien, maar moeten eerst afrekenen met de huisgarde. Lühü laat een vreemde, insect-achtige entiteit oplichten bij Aldo terwijl Nestor, Daya, Querida en Thormund genadeloos aanvallen. Aldo is eigenlijk verbaasd door het geweld maar wil zich niet laten kisten – toch is het uiteindelijk Daya die met haar degen zijn al met Nestors pijlen bespikkelde ingewanden openrijt, wat de patriarch doet sterven.

Het spiegelfragment van Porcina

Zercon intervenieert dan en geeft de gardisten de keuze om vredevol te vertrekken. Ze willen eerst zeker zijn dat Aldo Sr. dood is, maar gaan dan op het voorstel van de satyr in. Enkel hun officier, een elf met de naam Liliana, blijft over. Vanuit de dieptes van het Armenlabyrint zijn al knallen hoorbaar van de wijk-binnen-de-wijk die terug naar een normale grootte aan het groeien is. Liliana heeft tranen in de ogen en wil verzekering van de Gourmands dat ze Carfurio en Porcina ongemoeid gaan laten. Nestor en Thormund leggen samen met Liliana 500 goudstukken te geven om Aldo’s jongste zoon en zijn meest mysterieuze dochter weg van Alagadda te krijgen. Querida geeft Liliana een vermommingsbundel. Thormund besluit hen te vergezellen, om zeker te zijn dat alles goed komt.

Wanneer de Gourmands met Liliana terug afdalen en vanuit de ijzeren deur naar het 120ste verdiep Porcina bevrijden, merken ze dat ze een jonge vrouw zien die heel veel trauma geeft meegemaakt. Met haar grote blauwe ogen scant ze de groep en geeft ze een stukje van een spiegel, omwikkeld met zwarte zijde, aan Querida. Op de gelijkvloers-verdieping stijgt Liliana in een gondel samen met de verklede Carfurio en Porcina, en Daya besluit mee te gaan om het trio succesvol tot aan de haven te brengen. De Gourmands merken dat de meeste mensen van het Armenlabyrint de straten, stegen en bruggen bevolken rond de Armentoren. Ze vinden La Poverella, die hen aanraadt om het even kalm aan te doen, omdat ze nu echt iets hebben veranderd in de stadstaat. De Gourmands zelf raden de visconte aan om misschien de vele daklozen te laten huizen in het huis van de Lidello’s, “maar er gaat nog wel veel opkuiswerk aan zijn”.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 5 - De universiteit van het leven

Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

Sessie 9 - Koffietafels