Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

12-13 september

  • Locatie en plaats: bij de DM, 19 september 2025
  • Aanwezig: Thormund, Zercon
  • Afwezig: Lühü, Nestor
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo

De Gourmands brengen een bezoek aan de Slangenbibliotheek. Bibliothecaris Carniola tovert het object met een letterlijke vingerknip tevoorschijn. Er wordt gevochten met racisten, een misdaad wordt opgehelderd en er wordt serieus wat gezopen.

Na het ontbijt met de Ambassadeur besluit de groep om een bezoek te brengen aan de Slangenbibliotheek. Onderweg passeren ze weer aan de Galg, waar een executie plaatsvindt voor een man die een doodskist heeft proberen pijpen. Alagadda blijft bevreemden. Even verderop is de toegang tot het Lazuli-kanaal vanaf het Tranenkanaal geblokkeerd door gondels van de Zilverjassen, dus blijft Nestor bij de gondel wachten en gaan de anderen te voet verder. Niet ver van de grote, hoge brug over het Lazuli-kanaal komt de dronkaard van gisteren verhaal halen (hij is opnieuw, of nog steeds dronken) en beschuldigt hij de Gourmands ervan zijn optreden totaal verpest te hebben in het Teatro. Hij zwaait met een scherpe griffel. Zercon daagt de man verder uit, laat hem dichterbij komen en duwt hem dan met zijn schild in het water. Omstaanders kijken toe en lachen de man uit, wat zijn vernedering nog verergert. Na te checken of de man kan zwemmen, steken de Gourmands doodgemoedereerd de brug over.

Via een voetweg langs de kade van het Inktkanaal komen ze bij de Slangenbibliotheek, maar het reptilliaanse gebouw was al lang in zicht. Grote, gebeeldhouwde slangen cirkelen om het gebouw heen en fungeren ook als trappen voor de toegang naar hogere verdiepingen, maar de Gourmands hebben al die toegang verzekerd met de Magmasleutel die ze van Marco Grillo in bruikleen gekregen hebben. Het plein om de bibliotheek heen is groot en achthoekig, en voor elk van de acht ingangen staat een groot beeldhouwwerk dat gewijd is aan de Gehangen Koning. De groep is geïnteresseerd in de betekenis van de standbeelden en spreekt een kalende man aan die met boekrollen onder de arm ook afstapt op de bibliotheek. Die heet Luca Piezo en is een docent aan de Universiteit van Gefluister. De standbeelden beelden fases af uit het leven van de Gehangen Koning: zijn strijd tegen de Bleke Leviathan om suprematie over het gebied dat later Alagadda zou worden, zijn vrouw en twee kinderen – de Gouden Prins en La Principessa – zijn magische kunsten (weergegeven door vier bolvormige lampen die wit, geel, rood en zwart licht verspreiden), zijn ophanging, zijn afdaling in de onderwereld en consumptie door demonen en zijn verhoopte terugkeer uit de doden. Zercon heeft gehoord dat over het eerste standbeeld wrijven geluk brengt, dus doet hij dat. Thormund voelt zich ongemakkelijk bij het beeld van een enorme demonische hand die de Koning neerdrukt en denkt terug aan zijn nachtmerrie in Lluskan.

De acht ingangen komen eigenlijk allemaal op dezelfde plaats uit: een grote, mahoniehouten balie waar diverse erg deftig geklede homunculi werken, met daarachter een glazen dubbele deur die leidt naar de Grote Leeszaal. Luca Piezo wijst de bezoekers op een plakkaat waar de regels van de bib staan. Ze mogen niet over de schouder van andere bezoekers meelezen, geen lawaai maken, het personeel respecteren en in het gebouw ook niet eten, drinken of hun gevoeg doen. “Net nu ik van plan was in een bib te schijten,” merkt Thormund sarcastisch op. Een homunculus controleert de Magmasleutel en laat het gezelschap de Leeszaal binnen. De Leeszaal is wel 300m², met grote leestafels waar diverse bezoekers in stilte werken en lezen, met een lampje dat boven hun hoofd zweeft. Homunculi lopen af en aan met boeken en boekrollen. In het midden van de ruimte zijn twee cilindrische pilaren met liften. Zercon en Thormund, met stip de minst subtiele Gourmands, maken een beetje ruzie over wat ze hier komen doen: Zercon is kennelijk vergeten dat ze de locatie van de Karnende Kelk al kennen en moeten zoeken naar de specifieke spreuk die het ding vanonder de Ashoop kan halen, en stelt voortdurend ongelovige vragen waaruit dat blijkt. Sommige patroons storen zich aan de luide bezoekers en een homunculus komt al gekrenkt vragen of het niet wat stiller kan. De Gourmands binden in en gaan naar de lift. Daar blijkt dat de Magmasleutel hen toegang geeft tot en met het derde verdiep, maar er zijn twee derde verdiepen: het derde van De Vierde, en het derde van Carniola. Omdat de groep niet wil vertellen aan de piccolo wat ze precies zoeken, kiezen ze op goed geluk voor een bezoek aan Carniola.

Vlammen schieten door de lift (ze doen niemand pijn) en de groep komt uit in een kamer die ze lijken te herkennen. Deze bibliotheek is identiek aan de studieruimte die ze zijn tegengekomen in de Toren van Overdaad op Lluskan, maar in plaats van gebroken vensters, door waterschade aangetaste boeken en omver gehaalde rekken zien ze hier volle boekenrekken, trolleys met likeuren en een brandend haardvuur met groene fluwelen zetels. In één van die zetels zit een oude orkse dame met een leesbril. Ze begroet de bezoekers en schuifelt naar voren. Ze stelt vast dat op Nestor na iedereen uit Toril komt en kan zelfs vrij goed raden vanwaar precies, en zegt dat ze dat weet omdat ze zelf oorspronkelijk van Toril komt. Zij was ooit Malvas, de piratenkapitein die de Toren van Overdaad bouwde en 200 jaar geleden naar Alagadda verkaste, waar ze vrouw werd en waar haar dochter later I Sfumati oprichtte.

De Gourmands krijgen allemaal een druppel aangeboden en vertellen waarvoor ze komen. Carniola weet wat de Karnende Kelk is maar wist niet waar het object was. Nu ze dat weet, knipt ze met haar vingers en met een diepe bons ploft de enorme kelk op het parket van haar studiezaal. De groep is een beetje verbluft. Carniola, die inmiddels weet dat de Gourmands de dag erop verwacht worden op een soireé bij de Ambassadeur, belooft dat ze de Kelk voor zijn deur kan teleporteren als iemand een pendant activeert – Thormund doet die om en vraagt over de zekerheid of de Kelk niet op hem gaat terecht komen. Dat zal niet het geval zijn. Zercon vraagt de oude orkse nog om advies om het hier in Alagadda te maken. Carniola zegt dat in Alagadda heel veel mogelijk is: je kan heel fel stijgen, maar ook zeer diep vallen. Het beste is om een goede patron te vinden, je talenten te gelde te maken of iets kunnen wat niemand anders kan. Ze demonstreert ook nog vanop een trapladdertje de krachten van de Kelk door haar elixir d’Alagadda te veranderen in Sassenois-schuimwijn. Zercon vraagt en krijgt daar een overheerlijk glas van. De Gourmands vragen dan of Carniola dit werkelijk allemaal voor niets doet, maar ze zegt dat ze graag mede-Torillianen helpt. Misschien komt er eens een dag dat ze een gunst van hen inroept. Ze polst nog even naar eventuele bibliothecaire ambities bij de bezoekers, maar switcht dan naar nog een geschenk: een roestig kromzwaard dat ze ooit gebruikte in haar dagen van piraterij. Thormund neemt het in ontvangst.

Carniola, voorheen bekend als Malvas, de architect van de Toren van Overdaad.

Nog altijd wat verbaasd maar tevreden verlaten de Gourmands de Slangenbibliotheek, eerst door de lift (weer de steekvlam!) en dan naar buiten. Ze banen zich een weg terug over de brug naar het Tranenkanaal waar Nestor op hen wacht en ingelicht wordt over hoe het gegaan is. Zercon suggereert dat ze nu misschien eens Laura Bozzo kunnen helpen die haar ogen kwijt was en daarover Gustavo aan de tand voelen. De kortste weg naar Iuliana’s over het water wordt echter nog steeds geblokkeerd door de Zilverjassen. Die informeren de groep dat er een jonge bleke leviathan is gesignaleerd in het Lazuli-kanaal en dat ze hen weliswaar willen laten passeren, maar op eigen risico (en ze denken daar duidelijk ook het hunne van). Nestor berekent dat een omweg de Gourmands drie à vier uur zal kosten, maar dat vinden ze eigenlijk niet zo erg.

Via het Luna-kanaal vaart de groep Giordano’s Brandende Wijk binnen. De wijk oogt nog even gesloten en armoedig als voorheen, maar de hitte is er weg en de vreemde sensatie dat tijd verloopt in horten en stoten ook. Er zijn geen andere gondels op het kanaal, en in de verte kunnen ze de Luna-toren al zien, met het opgeblazen dak en nog enkele grote glasscherven die overeind staan. Na een tijdje merken ze dat ze stiekem langs de kade gevolgd worden door mannen in het zwart, die verdwijnen en dan weer opduiken aan de samenvloeiing van diverse kanalen aan de Luna-toren. Ze lijken op de bandieten die hen eerder belaagden op de begraafplaats en komen op een gondel de richting uit van de groep, pijlen schietend. Daya springt aan boord van de gondel van de tegenstanders en zowel Thormund als Zercon teleporteren. Het gevecht ontaardt in een beestachtige slachtpartij. De belagers spuwen en grommen dat ze “die vreemden” een lesje willen leren, maar het draait al snel anders uit. Twee vlammengolven van Zercon schroeien zowat iedereen (ook Thormund en Daya), Daya doorsteekt een oogbol en Thormund klieft de aanvoerder in tweeën. Beide helften vallen in het water, met luchtbubbeltjes waar de darmen nog even blijven zweven. Zercon slaat één bandiet overboord en een laatste probeert zich zwemmend uit de voeten te maken terwijl Thormund met het botte uiteinde van zijn bijl een al dode rabauw verwerkt tot preparé. Nestor kijkt een beetje geschokt toe vanop afstand. Voor Lühü is het gewoon zondag.

Zercon vat de zwemmende bandiet bij zijn kraag en ondervraagt hem hardhandig, afgewisseld tussen waterboarding, omdat hij ervan overtuigd is dat deze dommekloten werkten voor een hogere macht. De boef herhaalt gewoon zijn xenofobe opmerkingen, zij het met steeds minder brio. Daya and Thormund weten Zercon er ten langen leste van de overtuigen dat dit gewoon idioten zijn, en tijdens een donderpreek van de satyr kiest de bandiet weer de benen, plonst in het water en zwemt weg.

De Sylvia zet haar weg verder en passeert naar Iuliana’s weer de Slangenbibliotheek, ditmaal vanop het water. Als het gezelschap arriveert in de herberg worden ze weer begroet door de uitbaatster en laten ze zich verleiden tot weer een proevertje van de boomgaard. Zercon eet een grappige aardappel en voelt dat welk gelukske hij ook opgeraapt heeft aan het standbeeld, weg is. Daya eet een rechte banaan en krijgt +1 max HP. Thormund eet vlierbessen die smaken naar oude mensen en hoort direct zeurderige stemmetjes in z’n hoofd. Daarna installeren ze zich aan een tafel om te wachten op Gustavo. Er wordt geaperitiefd en kaas gegeten. Thormund neemt een kamer om zich op te frissen en te wassen na zijn bestiale razernij.

Iets voor middernacht arriveert Gustavo met veel panache en begroet hij direct de Gourmands als oude vrienden. Hij bevestigt dat hij nog steeds edelstenen wil verkopen aan de groep en neemt Thormund en Zercon mee naar zijn vertrekken. Eens daar gekomen confronteert Zercon hem met de waarheid dat hij de edelstenen gewoon gepikt heeft van die arme Laura. Gustavo ontkent het niet maar is meer gestoord doordat zijn spelletje uit is dan dat hij werkelijk kwaad is of agressief wordt. Hij smaalt nog dat de Gourmands het kennelijk niet erg vonden dat hij zijn werkgever bestal voor hen maar dat dit nu niet kan. Thormund wijst de vampier-chef erop dat er een verschil is tussen stelen van de rijken dan stelen van een arme ex-monnik. Gustavo geeft de edelstenen af en nadat hij de heren heeft doen beloven dat ze zwijgen tegen Iuliana, beent hij naar zijn keuken. Zercon maakt een mentale nota om hier best niet meer te eten na middernacht.

Laura, die inmiddels ook is gearriveerd in de herberg, krijgt haar ogen terug: ze is erg blij, verrast en dankbaar. Ze vertelt dat ze nu gaat proberen om lid te worden van de Roodjassen en dat ze kan gaan studeren aan de Jassenacademie. 

Eten doen ze niet maar, maar de groep maakt er wel des te meer een drinkgelag van: Daya wordt strontzat en haar snorharen zitten scheef – op handen en voeten kruipt ze de trap op om haar dronken roes uit te slapen. Zercon gaat na een uitstekende drinkpartij ook rustig slapen, maar Thormund blijft zitten, hopend om door potentiële nachtmerries heen te drinken. De dwerg zit tegen de ochtend met bloeddoorlopen ogen nog altijd aan tafel. Nestor is al gaan slapen in zijn gondel, en Lühü staart in het ijle. Iedereen is vergeten dat ze gisteren de Magmasleutel al hadden moeten teruggeven aan Marco Grillo.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 5 - De universiteit van het leven

Sessie 9 - Koffietafels