Sessie 5 - De universiteit van het leven

10 september

  • Locatie en plaats: bij de DM, 27 juni 2025
  • Aanwezig: Lühü, Thormund, Zercon
  • Afwezig: Nestor
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lardo, Lorenzo

Samenvatting: de avonturiers schakelen visconte Durolege uit. Daarna beslissen ze te zoeken naar de Zielenspecerij zonder dat er echt een plan is. Chef-kok Gustavo aan de Universiteit van Gefluister biedt die aan aan 2.000 goudstukken.

De volledig waanzinnig geworden visconte laat er geen gras over groeien en stuurt een schroeiende vuurstraal af op Thormund, waarop Alana en Dante met veel genoegen rake klappen uitdelen aan de vreemdelingen met hun vieze, met roestige spijkers beslagen knuppels. De vijf weren zich echter heftig met bijlen, piemelknotsen, degens, magische tandwielen en psychische uithalen. De visconte lijkt neer te gaan maar hervindt een tweede adem – een psionische schreeuw van pure razernij en frustratie golft door vriend en vijand. Dante wordt aan de degen van Daya geregen en visconte Durolege verkruimelt tot as als hij definitief de nog nasmeulende pijp aan Maarten geeft. Zercon laat zich uit de lucht neerdalen op Alana en wringt haar nek om met zijn krachtige dijen. Veel tijd om de overwinnig te savoureren is er niet, want de glazen en kristallen wanden beginnen te trillen op een frequentie die weinig goeds voorspelt. Lühü pikt de sierlijke wandelstok-annex-zwaard op van wijlen visconte Durolege en Thormund vindt de Zijden Sluier. Kort verschijnt achter de troon nog even Il Mago Vermiglio, die de groep welwillend toelacht. Thormund voelt een erg subtiele connectie met de vreemdeling. Het glas versplintert en boort zich door de gescheurde kleren en huid van de helden, die met een magische donderslag op één klap weer voor de deur staan van het Teatro Silenzio. Het is er stil.

De Zijden Sluier

Na wat ronddrentelen in verbazing besluiten de vijf om het Teatro binnen te stappen – er brandt immers nog licht. Ze worden begroet door Vulponia, die hen terug verwelkomt en ziet dat ze er allemaal een zware nacht op zitten hebben. Ze is net bezig de bar aan het afsluiten maar geeft Thormund en Zercon nog een shotje rum. Lühü vraagt naar melk met een volledige citroen maar hij moet het stellen met bier in de plaats van melk. Door Don Diplodoco’s belofte mag iedereen overigens gratis overnachten in het hotel, en wel op een deftige kamer waar geen funny business plaatsvindt. Lühü staat erop om toch een kamer met Nestor te delen en staart de gnoom aan terwijl hij in meditatie gaat. Nestor staart terug, twee paar ogen gevangen in een griezelige trance, en de gondoliere blijft staren tot zijn ogen rood worden en hij node toch in slaap raakt, maar een verkwikkende slaap wordt het niet. Hij zal nog zitten nagapen bij het ontbijt de volgende ochtend.

Lühü is bij datzelfde ontbijt wanhopig om melk, die hij krijgt, waarna hij zijn tanden poetst aan tafel met vruchtensap. Vreemde blikken in de gelagzaal zijn zijn deel. Thormund zit onder tafel te foefelen aan zijn wapen en Zercon checkt even of het echt zijn wapen is of eerder zijn “wapen”. Uit gesprekken die gaande zijn aan de andere tafels vernemen ze dat de explosie op de Luna-toren al de ronde doet als heet nieuws. De heren en dame trekken zich daar niets van aan. Lühü heeft de Zijden Sluier onderworpen aan een grondig onderzoek en geconstateerd dat Jub-Jub de waarheid sprak over het kostbare object – Zercon zal de Sluier voortaan dragen als een voile. Geen sterfelijke zal nog zijn gedachten kunnen lezen of manipuleren, en hij zal door muren kunnen wandelen, maar hoe dik, dat weet niemand.

Verschillende pistes worden besproken door het vijftal. De Ambassadeur zal zich normaal binnen een dag of twee melden om te checken hoe het zit met hun vooruitgang, dus ze weten dat er ergens een klok tikt. Thormund stelt voor om bij de Nieuwe Bron een bezoek te brengen aan de Bowel Rangers, want die liggen toch op de baan waar Marek de stormreus zich vermoedelijk bevindt met de Glinsterende Viaal, en ook Olaf Ulfsson, één van Camaborns kameraden, houdt zich daar mogelijk op. Zercon en Lühü zijn echter meer gefascineerd door de Zielenspecerij, waarvan ze enkel weten dat die is gesignaleerd op de Universiteit van Gefluister. Met een stem die nog kraakt van vermoeidheid vertelt Nestor wat hij daarover weet: het is een gerenommeerd instituut in het hele multiversum en trekt studenten aan van overal. Je kan er echter niet zomaar binnen- en buitenlopen op de bots, maar hij denkt dat toegang krijgen niet zo moeilijk is. Hij weet verder dat Isla Vecchia, de wijk waar de Universiteit ligt, bij uitzondering niet wordt geregeerd door een visconte, maar de rector van de Universiteit zelf, die de titel draagt van Il Professorissimo. 

Met de Sylvia neemt de vaart naar Isla Vecchia ongeveer een halve dag in beslag. De groep vaart via het Kanaal van Stilte langs het Bellezza-kanaal, waar ze de gigantische, gelijknamige balzaal zien aan de westoever. Nestor legt uit dat er elk jaar een groot gemaskerd bal wordt georganiseerd dat telkens de voorbode is van politieke veranderingen, en dat een uitnodiging krijgen voor het bal voor veel Alagaddanen een vurige droom is. Zercon is onmiddellijk gefascineerd. Op het Lazuli-kanaal is er de gebruikelijke drukte van zowel gondels als veel grotere handelsschepen, en zonder veel erg leidt Nestor de Sylvia via het Kanaal van Rook, de Lazuli-wijk en het Slangenkanaal naar het Boekkanaal, waar het plein ligt voor de Universiteit zelf. De Universiteit is vanop het plein enkel toegankelijk via een brede brug waar een enorme geest in wapenrusting de wacht houdt. De universiteitsgebouwen vormen een blokkige agglomeratie in een vierkante, ruwe architectuur die vloekt met wat ze tot hier toe hebben gezien in Alagadda. De benedenverdieping is de grootste en steekt het verst uit naar de bezoekers toe, met stelselmatig meer teruggetrokken verdiepingen die gaan tot en met de vierde. Studenten wandelen in groepjes of alleen in en uit de Universiteit. Sowieso lijkt de gemiddelde leeftijd van de bewoners van Isla Vecchia aan de jonge kant, en in de menigte hebben ze al de Roodjassen gezien, speciale agenten die ook getraind zijn in magie en ingezet worden om bijzonder waardevolle gebouwen, instellingen of personen te bewaken.

Lühü neemt vol zelfvertrouwen de leiding van de groep als ze de brug op wandelen en zacht worden tegengehouden door de geest, die neerknielt bij hen. Lühü zegt dat het gezelschap vertegenwoordigers zijn van de Universiteit van Lluskan. De geest zucht en zegt dat er iemand dadelijk bij hen zal komen – dat blijkt en al wat oudere Roodjas te zijn met kort grijs haar. Ze ziet inderdaad dat de vreemdelingen van Toril komen maar heeft nog nooit gehoord van een Universiteit van Lluskan en bezweert de groep om haar geen foefjes wijs te maken. Ze sneert er ook bij dat het “weer typisch” is dat een groep buitenlanders hier komt aan wandelen zonder advocaat. Ze zegt wel dat ze zich kunnen inschrijven aan de balie voor een dagopleiding, die 7 goudstukken zal kosten. Indien ze echt student willen worden, zal hen dat 800 goudstukken kosten per semester. Het is direct een no-brainer dat niemand van deze gierigaards dat wil betalen. Daya bolt het af – deze omgeving is niets voor haar, en ze zal de groep later wel terugzien.

Aan de balie krijgen ze uitleg van een kalende klerk die al alles gezien heeft, en krijgen ze een plannetje mee van de Universiteit. Denkend aan waar ze hints zouden kunnen vinden omtrent de Zielenspecerij schrijft Thormund zich in voor alchemie, Zercon voor psychologie, Nestor voor geografie en Lühü voor een lezing bij de ingenieurs. Vooraleer hun wegen scheiden eten ze iets in de refter en verpozen ze wat in het atrium, waar veel studenten al fresco eten of samen zitten in kleine groepjes. De vier vallen niet echt uit de toon – aangezien studenten van zowat overal komen, is er een enorme diversiteit in etnie, uiterlijk en stijl. Met het middagmaal achter de kiezen, gaan de heren tenslotte elk hun eigen weg uit.

Thormund wordt op de vakgroep alchemie direct aangesproken door een rozijnachtige oude halfling die hem interpelleert over wat hij daar komt doen. De man heet Dorocomo en Thormund herkent hem als de vermoedelijke broer van de klokkenmaker Comorodo uit Giordano’s Brandende Wijk. De flik is zinnens genoeg om dat niet te vermelden, gezien de ongelukkige ontmoeting die ze gehad hebben aldaar. Dorocomo lijkt net als zijn broer geobsedeerd door tijd – overal hangen diverse klokken in zijn kantoor. Hij weet niets over de Zielenspecerij en zegt dat de naam klinkt alsof het de zuivere wetenschap van de alchemie niet eens waard is, maar wil eventueel wel navraag doen indien Thormund hem iets interessants kan bezorgen, bijvoorbeeld uit zijn eigen cultuur, dat te maken heeft met tijd. Thormund zegt kort dat alle dwergenklokken gigantische vierkante zonnewijzers zijn en dat hij die niet bepaald ging meeslepen naar Alagadda. Beide mannen nemen bruusk afscheid.

Lühü moet twee verdiepingen hoger zijn en neemt de trap. Hij wil graag echter tot helemaal boven raken maar vindt zijn weg geblokkeerd door tralies en traliedeur die op slot is. Dit slot prikkelt hem, maar hij gaat dan toch naar de vakgroep ingenieursstudies om een les bij te wonen. Eerst probeert hij de secretaresse te bevragen in verband met de Zielenspecerij. De vrouw weet van niets en suggereert dat Lühü dit misschien moet navragen bij de keuken of desnoods de vakgroep biologie. Lühü maakt een beetje een show van zijn teleurstelling maar de secretaresse is niet onder de indruk. De lezing van professor Dilaghio echter betreft innovatie, en Lühü is bijzonder geboeid – hij krijgt er inspiratie van hoe hij blauwdrukken van machines en artefacten beter kan bestuderen, en heeft een idee hoe hij uitvindersgereedschap moet hanteren. Hij vindt tevens een zak met twaalf lockpicks, alsof de goden ermee gemoeid zijn. Na de les praat hij na met de professor en zegt hij dat hij graag innovaties wil doorvoeren in de wetenschap van de slotenmakerij. De professor is initieel wat terughoudend – de beste sloten van Alagadda zijn immers vooral magisch van aard, en er is weinig dat technologie kan doen dat magie op dat vlak niet beter kan, maar Lühü verzekert hem dat dit in Lluskan niet het geval is. Professor Dilaghio geeft de elf het advies om een tweetal boeken te lenen uit de Slangenbibliotheek: “Zeven sloten tegelijk” en “Straffe sloten”.  

Nestor lummelt binnen bij de vakgroep geografie en vindt een rugzak vol avonturiersspullen: een verse bedrol, fakkels, een haak en een klimtouw, een waterzak, aanmaakhout en droge voeding. Zijn geluk houdt daar jammer genoeg op. Hij begrijpt geen snars van de lezing die hij bijwoont en moet vechten tegen de slaap die hij zo gemist heeft doordat hij niet kon wegkijken van Lühü’s intense gestaar verleden nacht.

Zercon van zijn kant is in zijn nopjes, omringd door de bloem der jeugd uit het multiversum, en probeert het aangename aan het nuttige te koppelen door zowel rond te vragen naar de Zielenspecerij als een beetje te flirten. Hij heeft geluk dat hij zo welbespraakt is want anders zouden zijn pogingen bij veel studenten als creepy overgekomen zijn – nu vinden de meesten hem wat zonderling, maar niet onsympathiek. Niemand weet iets, en hij krijgt net als Lühü vage suggesties om eens bij de keuken langs te gaan, of misschien vakgroepen als alchemie of biologie. Zercon trekt daarop naar de vakgroep psychologie – bij zijn aankomst wordt hij direct tegengehouden door een nekloze professor die hem vraagt om de vier persoonlijkheidskleuren op te sommen. De satyr lult zich er wonderwel uit en de prof, Gualteri Duggo, grimast tevreden. Ook hij weet echter niets over de Zielenspecerij, hij heeft er nog nooit van gehoord en als die al bestaat is dit zeker niet het domein van de psychologie, die zielenleed analyseert. In de les kan Zercon zijn aandacht er niet bij houden, omdat hij voortdurend zit te loeren naar een studente met een interessant blauwharig kapsel.

De vier mannen komen terug samen in de binnentuin en besluiten dan maar om hun kans te wagen in de keuken. Als ze de keuken binnentreden via de refter houdt een fort van een vrouwmens dat niet behept is met een stem voor binnenskamers hen tegen. Ze vraagt, nog voor de groep kan uitleggen waarvoor ze hier zijn, eerst naar een zekere “Emiel!” tot ze vanuit dieper in de keuken hoort dat Emiel er niet is. Via via wordt de chef-kok Gustavo erbij gehaald. Lühü merkt op dat de chef-kok er nogal pips uitziet, maar Zercon heeft onmiddellijk door dat de man een vampier is. Hij doet ook geen moeite om het te verbergen, trouwens. Na wat over-en-weer in het deurgat besluit Gustavo dat het de moeite is om vijf minuten neer te zitten met de bezoekers aan één van de picknicktafels in het atrium. “Emiel! Gij neemt over!” brult hij nog in de keuken.

Gustavo, chef-kok aan de Universiteit van Gefluister en bij Iuliana's.

Gustavo heeft de Zielenspecerij, die hem een dikke week geleden is bezorgd door Il Professorissimo zelf. Gustavo is naast de chef van de keuken voor studenten en bezoekers ook de privéchef van Il Professorissimo. Nu hij door heeft dat de vreemdelingen werken voor de Ambassadeur, voelt hij de bui hangen en is hij bereid de Zielenspecerij te verkopen aan hen voor 2.000 goudstukken, zodanig dat hij financieel voldoende gedekt is om zijn job hier te verlaten. Lühü en Zercon onderhandelen – het is zelfs geen kwestie van vrekkig zijn, ze betwijfelen of ze met alle avonturiers samen zelfs zo veel geld hebben. Gustavo suggereert dat hij ook waardevolle objecten zoals edelstenen aanvaardt. Maar de tijd begint te dringen: hij spreekt af om rond middernacht de groep terug te zien bij Iuliana’s, een bescheiden hotel annex taverne even verderop waar hij werkt als chef-kok tijdens de nachtshift. Als vampier hoeft hij immers niet te slapen. Tot zijn verbazing merkt Zercon dat hij Gustavo eigenlijk sympathiek vindt in al zijn openheid en directheid, en hij maakt een mentale nota van ’s mans vermaarde bruschetta eens te proberen als hij de kans heeft. Gustavo moet dan terug naar zijn keuken. De groep hoort hem nog “Emiel! Godverdomme wat is hier gebeurd?!” roepen door de klapdeuren heen. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

Sessie 9 - Koffietafels