Sessie 13 - De perfecte drol

17 september (middag, avond)

  • Locatie en plaats: bij de de DM, 22 maart 2026
  • Aanwezig: Nestor, Querida, Thormund, Zercon
  • Afwezig: Lühü
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo

De Gourmands krijgen een stagiair. Ze beramen een plan om de clan rond Aldo Lidello uit de weg te ruimen en willen daarbij zo weinig mogelijk onopzettelijke schade en doodslag veroorzaken. Thormund legt de meest legendarische drol ooit.

Bij het ontbijt komen de gesprekken onder de Gourmands traag op gang. Nestor is nog steeds erg groggy van wat er die nacht allemaal gebeurd is: de blik in zijn ogen spreekt boekdelen. De groep wordt schuchter benaderd door een onbekende vrouw die zich voorstelt als Querida Camarão en afkomstig is uit Gração. Zercon heeft tieten gezien en is al direct welwillend, maar die welwillendheid wordt op de proef gesteld als Querida erg vaag blijft over waarom ze de groep nu precies benaderd heeft. Wil ze iets? “Iedereen wil hier iets van ons,” bromt Thormund. Heeft ze werk voor de Gourmands? Ook dat hebben de heren en Daya al voldoende. Uiteindelijk zegt Querida dat ze werkt voor Alessandretta Di Donati, die op haar beurt een cliënt heeft die meer wil te weten komen over de Gourmands. Wie die cliënt is, weet Querida zelf niet. Na wat over-en-weer wordt Querida gebombardeerd tot de “stagiair” van de Gourmands en mag ze mee aanschuiven. Ze willen wel weten “wat Querida zoal kan”. Daarop zet ze een dildo op tafel. Zercon begint eerst aanstalten te maken om die dildo straks op de kamer samen met Querida eens goed te bestuderen, bedenkt zich dan en begint luidop te mijmeren over hun avvocato, Carlotta, en hoe spijtig het is dat die lesbisch is.

Querida Camarão

Zercons woorden zijn nog niet koud of de deur van het Absolute Avondmaal gaat open en Carlotta verschijnt, in een toga van zwarte zijde, en op het ritmische getik van haar hakken. Ze ziet er weer uit om een ringetje door te halen. Zercon begroet haar poëtisch, wat hem slechts op een oogrol komt te staan. Carlotta heeft een tas bij met documenten: ze is gecontacteerd door de avvocato van de Ambassadeur, die een contract heeft laten opstellen voor zijn opdracht om Camaborn en zijn kameraden weg te krijgen uit Alagadda. De Gourmands waren eigenlijk niet zinnens om die opdracht uit te voeren, maar de Ambassadeur rechtuit afwijzen lijkt hen politiek misschien niet zo verstandig. Carlotta suggereert dat ze om bedenktijd kunnen vragen, dus dat doen ze: twee weken. Carlotta informeert naar de nieuweling, die wordt voorgesteld als een stagiair. Ze is wel vatbaar voor het grote “verloren gelopen puppy”-gehalte van Querida en schenkt haar een zeldzame glimlach, waarop ze suggereert dat als ze juridische hulp nodig heeft tijdens haar stage, ze ook altijd bij haar terechtkan. De anderen vinden dat voorspelbaar genoeg helemaal niet nodig. Voor Thormund horen dodelijke risico’s bij de job, en seksueel getinte opmerkingen en grappen maken is voor Zercon gewoon een way of life.

Als Carlotta haar hielen heeft gelicht, verschijnt van achter de toog en kookruimte Gianna Sforzanda. De anders vrij uitdrukkingsloze drow is opgetogen dat de Lege Kathedraal terug is en wil alles weten over het avontuur van de Gourmands. Nestor vertelt maar houdt informatie achter, en met succes. Hij blijft vaag over wat ze er allemaal gezien hebben, buiten dat Lucretia nog aanwezig was als een soort fantoom in de kathedraal en dat ze er een entiteit hebben bekampt die een “boosaardige godheid” naar Alagadda wilde brengen. Gianna heeft geen idee waar Nestor het over heeft. Als Zercon vraagt of ze ooit gehoord heeft van I Quattromagi, doet ook dat geen belletje rinkelen bij haar. Ze merkt op dat het water trouwens nog altijd onzichtbaar is in de wijk. Niemand heeft daar echt een antwoord op. Misschien is het kanaal met de Scharlaken Koning nog niet volledig gesloten? Misschien is er tijd nodig?

Wel heeft Gianna de beloofde beloning bij voor de Gourmands: 1,000 goudstukken in een kistje. Ze vraagt ook van elke Gourmand één object dat ze “haar mensen” kan laten opwaarderen. Nestor geeft een medaillon, Zercon een ring, Daya haar degen en Thormund zijn versleten jas, die nog meurt naar lange drinkgelagen en slapen op banken met zijn kleren nog aan. Gianna zegt dat ze de voorwerpen over drie dagen terug kunnen komen oppikken, en geeft dan slinks mee dat als de Gourmands op zoek zijn naar extra zekerheid in bancaire zaken, ze altijd bij haar terechtkunnen: het Absolute Avondmaal is naast een herberg immers een bank, en wel één die “100% veiligheid” biedt. “Dat weet ik,” zegt Querida, wat Gianna doet fronsen, maar niemand gaat er op in. De Gourmands zien het wel zitten om hun financiële risico’s te spreiden, en zetten de beloning die ze ontvingen meteen op een rekening bij het Avondmaal. Gianna zegt dat ze het prettig vond om te werken met de Gourmands, en hoopt dat hun paden nog zullen kruisen.

Dan vindt dat Nestor de tijd gekomen is om meer te vertellen over wat hij zich herinnert over zijn verleden. Hij stond in Alagadda bekend als Nespresso Vercci, een privé-gondoliere voor Huis Vercci die later ook in de familie geadopteerd werd, en voerde vaak opdrachten uit met Voldo, die toen voor zijn meester werkte, Vittorio Vercci. Nestor vluchtte naar Toril tijdens een moordpartij die ofwel door ofwel op aanstoken van de Codìjaanse piraat Centavo plaatsvond op Vercci’s Eiland. Querida zegt dat ze al van die naam heeft gehoord, en dat de piraat bekend stond voor zijn obsessie met een mythisch wapen, La Spada Contorta.

Die Gourmands bespreken nu wat ze zullen doen. De vraag van vicerector Francisco Bizzarro rond de Muntenwaterval wordt genegeerd. In Zercons achterhoofd zit nog de vraag van Zilverjas-officier Natalia Sotto. Maar, aangezien twee potentiële opdrachtgevers – Alba Bianchi en La Marchesa – de Lidello-clan allebei dood willen en ze Aldo Lidello zelf erg onsympathiek vinden, lijkt dat hen een goed volgend doelwit, maar ze willen eerst meer informatie inwinnen. Ook de opdracht van Vicenza L’Onda komt weer in beeld: uitvissen of de Goudjassen van de wijk deloyaal zijn geworden en wat er zich afspeelt op het Leprozeneiland. Daar weet Querida wel iets over te zeggen: ze is er gepasseerd op haar aankomst in Alagadda per boot, waar ze heeft gevochten tegen de Zwartjassen, gedegradeerde agenten die als straf het fort moeten bemannen tussen Alagadda en het Leprozeneiland. Niet ver daarvan is de Gevangenis van Gekrijs, waar de Gourmands hebben gehoord dat de smid Bortrond opgesloten zit, een vriend van Camaborn. Diezelfde Camaborn had overigens aangeboden samen nog een glas te drinken met de Gourmands in Formula Zero, dat in de Galerijen ligt. Querida wil daar ook wel heen: de kapitein van de boot waarmee ze naar Alagadda kwam, had beloofd haar daar te trakteren.

Onderweg door de donkere, smalle straten van de Lege Wijk en dan per gondel over het Zuidelijke Lege Kanaal, het Zelfmoordkanaal en het Beurskanaal stapt Thormund regelmatig uit om lokale wijkbewoners vragen te stellen. Bewoners van de Lege Wijk houden niet van bullshit en vormelijkheid, dus de directe aanpak van de dwerg werpt vruchten af. De Gourmands willen vooral weten wat er bedoeld wordt met de “familie” van Lidello, want geen één onder hen voelt er veel voor om kinderen te vermoorden. Dat Lidello een klootzak is die wellicht zijn dood ergens zelf zal gezocht hebben, lijkt de Gourmands aannemelijk, maar daar hoeven nog geen onschuldige kinderen voor te boeten.

Thormund krijgt uit zijn gesprekken een goed beeld van de Lidello-clan: vanuit hun Armentoren, een combinatie van vier voormalige herenhuizen waar de tussenmuren uit weggeklopt zijn nadat de Lidello’s de andere families langzamerhand overnamen of verdreven, bestiert Aldo Lidello zelf het Armenlabyrint, waar duizenden mensen in armtierige, onhygiënische omstandigheden aan hongerloontjes arbeid verrichten om massaproducten te maken die Alagadda overspoelen. Niemand houdt van Lidello. Nu en dan is er iemand die opmerkt dat ze wel waarderen dat Aldo Lidello er gewoon voor uitkomt een brutale en hebzuchtige machtswellusteling te zijn in plaats van er verhaaltjes rond te weven. De vastgoedmagnaat heeft twee dochters en drie zonen bij drie verschillende vrouwen. Zijn oudste dochter, Porcina, is al jaren niet meer gezien en er zijn geruchten dat ze dood is. De volgende dochter, Alberta, wordt steevast naar voren geschoven als het “menselijke” gezicht van de onderneming, is de intelligentste van zijn nazaten en wordt het meest door Aldo vertrouwd. Aldo Jr. is een egotistische, instabiele sadist en Dell’haizo beheert de knokploegen van de Lidello’s. Aldo Jr. lijkt qua persoonlijkheid het beste op zijn vader, Dell’haizo eerder qua uiterlijk, en over Dell’haizo hebben mensen vaak het gevoel dat ze staan tegenover een blanco blad papier, alsof er achter zijn gezicht geen echte emoties schuilgaan. Alberta, Aldo Jr. en Dell’haizo zijn allemaal kinderen van Aldo’s tweede vrouw, Veronica Marzu. Dell’haizo is zelf getrouwd en heeft ook drie jonge kinderen: Valmarto, Tesco en Giumbo. De jongste zoon van Aldo is een jongen van twaalf met de naam Carfurio, bij Aldo’s nu derde en nog levende echtgenote, Impiecata Salegni. Iedereen waar Thormund mee praat is het er over eens dat Carfurio wellicht het enige levende wezen is buiten zichzelf waar Aldo oprecht van houdt. De jongen is wat ziekelijk en wordt bijna altijd thuis gehouden.

Nestor op zijn beurt vraagt rond wat mensen weten over Huis Vercci en wie er nu de plak zwaait. Amusement en verwarring zijn zijn deel. Iemand vraagt: “heb jij soms 80 jaar onder een steen geleefd?” In zekere zin is dat wel zo. Nestor komt te weten dat Huis Vercci enkel nog maar bestaat in naam. Nadat Vittorio Vercci omkwam op zijn eponieme eiland, is het huis uitgestorven. Om zich wat voor te bereiden op hun mogelijke volgende avontuur, kopen Nestor en Thormund vermommingen.

Het is vroege namiddag als de Gourmands arriveren aan Formula Zero, een eenvoudige herberg die wat in een Luvignaanse fermette-stijl gebouwd is en waarvan de gelagzaal binnenin eigenlijk bestaat uit vele aan elkaar verbonden pontons met stoeltjes, tafeltjes en kussens. Immers, aan de herberg vloeien het Warenhuiskanaal, het Cijferkanaal en het Onevenkanaal samen. Ze merken trouwens ook hoe fijn het voelt om in een wijk te zijn waar het water zich terug normaal gedraagt, en ze hebben overal al kraampjes en winkeltjes gezien, met de gezonde bedrijvigheid die erbij hoort. In Formula Zero is het een druk komen en gaan. Aan de toog spot Querida kapitein Quinto, die haar enthousiast begroet. De minotaurus is een emmer koffie aan het legen en zit als vanouds te roken. Zercon koppelt zich los van zijn vrienden en gaat op zoek naar “fijne vrouwtjes” (maar vindt er geen – de vrouwen die er alleen zijn, vindt hij niet de moeite). De anderen sluiten aarzelend aan bij Querida en Quinto, die in lachen uitbarst als hij hoort dat ze slechts “stagiair” is bij de Gourmands. Hij toont zijn lelijke, verbonden wonde en zegt dat Querida hem vannacht het leven heeft gered in een strijd tegen de corrupte Zwartjassen. Thormund vindt de verlopen kapitein direct een man naar zijn hart: een drinker, een levensgenieter en iemand die niet bekommerd lijkt om wat mensen over hem denken.

Querida drinkt een pul bier met Quinto terwijl de rest van de Gourmands Alba Bianchi in het oog krijgt, die gracieus op de helden komt toe gewandeld en zonder veel poespas een vrij ponton voor hen reserveert waar ze privé kunnen babbelen. Als ook Zercon en Querida er bij komen zitten, steekt ze van wal en herhaalt ze de missie die ze voor de Gourmands in gedachten heeft. Die stellen de edelvrouw puntige vragen over Aldo Lidello en zijn familie en waarom zijn hele familie er eigenlijk aan moet. Bianchi heeft duidelijk niets dan de diepste minachting voor Lidello en noemt hem een “schandvlek” en een “pisvlek” op Alagadda. Ze zegt dat zijn hele familie moet worden uitgeroeid omdat als enkel Aldo Sr. verdwijnt, overgebleven erfgenamen de zaken gewoon verder kunnen zetten, terwijl het idee net is dat zijn handelsimperium moet opgebroken worden. Thormund blijft bij zijn punt dat hij geen kinderen wil doden, en suggereert dat er misschien andere opties zijn. Met tegenzin zegt Bianchi dat ze kunnen proberen om de kinderen van Dell’haizo en de kleine Carfurio weg te krijgen uit Alagadda om hun erfenis verbeurd te verklaren, of dat de staat, die bij minderjarige erfgenamen Lidello’s imperium onder zijn hoede neemt, de passiva en activa zou kunnen opbreken. Maar dat zou de tussenkomst vereisen van de Gouden Prins zelf en juridisch gedoe met de avvocato van de Lidello’s.

Zercon vraagt naar een contract om dit allemaal vast te leggen, maar dat weigert Alba Bianchi resoluut. Dit is niet het soort dingen waar je documentair bewijs van wil. Thormund denkt luidop na dat ze misschien ook de avvocato van de Lidello’s moeten omleggen, maar Nestor denkt dat dat enkel maar meer problemen gaat opleveren. Uiteindelijk gaat Bianchi ermee akkoord om de kinderen te proberen wegsturen uit Alagadda en wat de eigendommen van Aldo Sr. betreft te werken via de Gouden Prins, maar dit verlaagt wel de som geld die ze aan de Gourmands wil geven tot 2,000 goudstukken. Daar zijn ze mee akkoord. Ze vragen nog aan Alba of ze weet of Aldo bepaalde zwaktes heeft. Ze zegt met minachting dat Aldo gevoelig is aan vleierij. “En verleiding?” vraagt Querida. Alba schampt: “je bent veel te oud voor hem.” De sfeer verkoelt. Aldo is kennelijk niet enkel een brutale huisjesmelker, maar ook een pedo. Alba zegt nog dat als de Gourmands nog meer informatie nodig hebben, ze best het Armenlabyrint bezoeken en op zoek gaan naar La Poverella, een oude volksheldin.

Alba is al even weg en de Gourmands drinken nog wat na op hun ponton (waarbij Querida het tempo van Thormund niet kan bij houden), als hoofden draaien in de richting van een nieuwe gast die Formula Zero binnenstapt: Camaborn. Hij herkent de Gourmands direct, laat niks merken van de aandacht die zijn bekoorlijke verschijning opwekt, en gaat bij hen zitten. Hij informeert hoe het met hen gaat. Nestor vertelt hem dat de Ambassadeur een prijs op zijn hoofd heeft gezet – en die van zijn kameraden – of dat die hem alleszins weg wil uit Alagadda. Camaborn is hier eerder door geamuseerd dan wat anders, en merkt op dat het “typisch” is voor de Ambassadeur dat hij de Gourmands nu probeert op te zetten tegen hem en omgekeerd. 

Camaborn zit zelf echter met andere plannen. Via via is hij in contact gekomen met Ariana Minuscola, een leerling van de Ambassadeur die eigenlijk haar eigen vleugels uit wil slaan en uit Alagadda weg wil, om een nieuw leven te beginnen samen met haar minnaar. Hij heeft afgesproken om morgen hier in Formula Zero “op te treden”: Marek en Olaf zullen hier zijn om de indruk te wekken dat ook hij en de anderen er bij zijn, terwijl hij in werkelijkheid een nep-ontvoering van Ariana op het getouw wil zetten, haar snel uit haar huis wil krijgen en haar dan samen met haar minnaar op een boot wil zetten in de richting van welke andere stadstaat ze ook wil varen.

Zercon merkt op dat hij en Lühü morgenavond zelf worden verwacht om op te treden in Teatro Silenzio. Camaborn denkt dat dat juist goed is: als Zercon en Lühü optreden, dan zal de Ambassadeur ook nooit de Gourmands verdenken van mee te werken aan Ariana’s “ontvoering”. Ze spreken af elkaar morgenavond hier terug te zien om 8 uur ’s avonds. Camaborn, Jub-Jub, Khomm, Thormund en Nestor gaan de missie uitvoeren om de wachters rond Ariana’s huis uit te schakelen en het meisje snel weg te brengen, terwijl de andere leden van beide groepen de pannen van het dak gaan spelen in respectievelijk het Teatro en de Formula.

De Gourmands trekken nu terug naar de Lege Wijk met de Sylvia van Nestor. Er zit niets anders op dan verder polshoogte te nemen “op het terrein”. Onder de kleine brug vanuit het Zelfmoordkanaal naar de aan elkaar gebouwde huizen van de Lidello’s is een toegang naar het Armenlabyrint. De wachters daar zijn arrogant en dagen met name Thormund bijna uit tot een gevecht, maar ze bedenken zich snel – er iets aan hem dat ze niet kunnen plaatsen maar ze ook niet willen uitvissen.

De Gourmands zien voorbij de deur eerst wat lijkt op een diorama van een gedetailleerd poppenhuis, tot ze zelf verkleinen en dat “poppenhuis” verwordt tot een supermarkt van zes verdiepingen. Immers, in het Armenlabyrint wordt iedereen 20 keer kleiner. De supermarkt is een wat aftandse, armtierige bedoening. Groenten, fruit, zaden, zelfs dieren en vlees worden er door elkaar verkocht aan lage prijzen. Lang blijven ze er niet, en ze gaan naar buiten in het Armenlabyrint zelf. Het is een wirwar van nauwelijks, niet of ooit verharde stegen, lege kanalen, krotjes en tenten. Van overal komt er geluid van werk, lawaai, discussies, gesprekken en ruzies. De Gourmands raken eerst vast aan een kar brandend vuilnis, maar vinden dan een kleine oase van rust in het Armenlabyrint: een zeer eenvoudig huisje waar in het voortuintje een oude vrouw in een schommelstoel zit. Dit is La Poverella, die de Gourmands onmiddellijk herkent en hen mee naar binnen vraagt. Ze zet thee terwijl de heren en dames plaatsnemen in verstelde, verschoten zitbanken. Tot hun verbazing blijkt dat La Poverella heel goed weet wie de Gourmands zijn – en dat in haar huisje magie helemaal niet werkt.

La Poverella is eigenlijk Vittorina Chiesa, de visconte van de Lege Wijk, ooit bekend als de Middernachtswijk. Ze is in het Armenlabyrint gebleven om de lokale bevolking te helpen waar ze kon, maar ziet in de Gourmands de beste kans in decennia om Lidello en zijn clan om zeep te helpen en de vloek over de wijk op te heffen, zeker nu de Lege Kathedraal terug is. Immers, ze weet te vertellen dat Aldo Lidello de Scharlaken Koning aanbidt, samen met zijn familie. En net daarom is het mogelijk van belang dat zijn hele familie wordt uitgeroeid. Ze weet niet of de band met de Scharlaken Koning verbroken wordt als enkel Aldo zelf sterft. Terwijl ze zit te breien en de thee koud wordt, raken La Poverella en de Gourmands het erover eens dat een spontane volksopstand geen goed idee is (vanuit de Armentoren zijn er kanonnen gericht op het Armenlabyrint) maar dat de duizenden mensen hier uit deze plaats weg moeten. Immers, mocht het Armenlabyrint terug tot normale grootte komen, zijn er mogelijk plots duizenden doden. La Poverella zegt dat ze een exodus in gang kan steken als de Gourmands hun weg banen door de Armentoren om de leden van Lidello’s familie uit te schakelen. Met enige tegenzin aanvaarden de Gourmands dat idee.

La Poverella geeft al breiend nog meer informatie mee over de Lidello-clan. Aldo Jr. heeft aan de kant van het Armenlabyrint minstens twee verdiepingen waar hij jachten organiseert op mensen, terwijl ze denkt dat Porcina nog in leven is en voor een mysterieuze reden van het publiek wordt weg gehouden. Carfurio zit op één van de hoogste etages speelt daar met zelfgemaakte vliegtuigjes die niet kunnen vliegen. Helemaal bovenaan zijn de schatkamers van Lidello. Er zijn ook verdiepingen waar Alberta de plak zwaait over de administratie, en waar Dell’haizo de veiligheidsoperaties waarneemt. De Gourmands weten niet direct wat ze moeten doen. La Poverella suggereert dan dat in plaats van door de 160 verdiepingen te stijgen aan de kant van het Armenlabyrint, ze terug kunnen gaan naar de kant van Alagadda zelf en misschien via de kelder kunnen binnendringen. Pure diplomatie en harde gevechten zijn al uitgesloten als plannen, dus haar idee valt in goede aarde.

Terwijl ze opstaat met haar kromme rug en haar breiwerk laat liggen, biedt ze nog aan de Gourmands aan dat ze haar “alles” mogen vragen. Nestor kan het niet laten en vraagt naar Huis Vercci. La Poverella glimlacht haar oudevrouwtjesglimlach. Ze zegt dat ze gehoord heeft dat er recent iemand geland is in de Noorderdokken die zichzelf Aminata Vercci noemt maar van Graymoor afkomstig is, en dat haar vader een piraat was uit Codìjo. Ze wil kennelijk graag de appartementen van Vercci verkennen in de Pescebianchi-wijk, maar die staan al decennia half onder water.

Zonder veel oponthoud bereiken de Gourmands de uitgang uit het Armenlabyrint (waarbij ze nog toevallig een huisjesmelker in een zinkgat duwen). De wachters die eerder zo vijandig waren tegenover Thormund, zijn er niet meer.

De Gourmands discussiëren kort en discreet over wat ze nu moeten doen. Als ze via de kelders willen binnendringen, moeten ze gaan via een klein zijkanaal van het Zelfmoordkanaal dat onder het brugje loopt naar de Armentoren en onder het brugje daaronder. Dat kanaaltje loopt in noordelijke en zuidelijke richting ver genoeg dat de wachters op de bruggen het niet zullen merken als iemand zich er in laat zakken. Zercon kan zichzelf tijdelijk laten ademen in water, dus hij offert zichzelf op om via het Zelfmoordkanaal een toegang te openen tot de kelders van Lidello’s woonkazerne. Dan kan de rest volgen. Daya aarzelt. Ze bekent dat ze echt niet in water wil duiken, maar de anderen gaat vervoegen als ze de hoofdpoort- en deur open maken van binnenuit.

Zercon slaagt in zijn zwempartij, haalt een verroest rooster weg en laat de anderen weten dat de kust veilig is. Als Nestor, Querida en Thormund er ook zijn, zien ze dat ze in een kelderruimte zijn vol verstofte en rottende materialen, met een duidelijk “geheime” deur naar een belendend keldervertrek. Er ligt in deze kelder ook een semi-gemummificeerd lijk met rijke kleren aan. Nestor heeft door dat het lijk behoort aan een menselijke vrouw die al jaren dood is (vermoedelijk Veronica Marzu), maar het lijk is recent nog “bezocht”. Zelfs Zercon vindt dit idee walgelijk. Nestor duwt het lijk het water in. Querida ziet niets, maar heeft niet direct een mening.

Via de “geheime” deur komen de Gourmands terecht in een ander keldervertrek dat vol kisten en dozen ligt met carnavalkostuums, pruiken en andere accessoires. Die ruimte heeft in de muur een deur. Thormund voelt dat er iets drukt op die deur van de andere kant, maar de andere Gourmands willen liever dat die die deur laat voor wat ze is. Er is in dit vertrek ook een trapje dat leidt naar het gelijkvloers van de Armentoren. Voorzichtig openen ze de deur aan het einde van dat trapje. Ze komen terecht in een doodstille museumruimte. Er is niet het minste geluid. Er staan contracten, maquettes en prijzen tentoongesteld. Thormund, die sowieso al minachting voelt voor protserige rijkdom, grist een sportbeker (“#1 golfer”) weg en kakt erin. Hoewel de andere Gourmands dit vreemd vinden, kunnen ook zij zien dat Thormund er geslaagd in is een zeer kunstige, spiraalvormige drol te leggen. Als hij de beker terug zet, ziet het eruit alsof het nooit anders geweest is.


Thormunds cadeautje voor Aldo Lidello

Querida gebruikt haar doorzicht-magie voorbij de dubbele deuren van het museum. In de verte ziet ze minstens één wachter staan. Dat moet te doen zijn. Ze stapt naar voren en zelfs voordat de wachter iets van langs achter door heeft, regent er door een toverspreuk van Querida dikke, organische, vettige maar bovenal smerige dikke druppels neer over en rond de bewakers, die terstond wegsmelten in organische smurrie, slechts vetplekken achterlatend op de muren. Daya sprint naar binnen met toegeknepen neus.

“Goed. Wat nu?” vraagt Daya.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 5 - De universiteit van het leven

Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

Sessie 9 - Koffietafels