Sessie 12 - Door het oog van de naald
- Locatie en plaats: bij de de DM, 20 februari 2026
- Aanwezig: Nestor, Zercon
- Afwezig: Lühü, Thormund
- Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo
De Gourmands beleven een bijna-dood-ervaring in hun strijd met Il Mago Vermiglio en zijn sekteleden, maar Il Mago’s plan om de Scharlaken Koning naar Alagadda te brengen mislukt toch. Camaborn en zijn kameraden komen onze helden ontzetten.
Nestor en Zercon Nestor en Zercon bestuderen nog even het verbrande boek op het altaar maar buiten het feit dat het geschreven is in Klassiek Alagaddaans valt niet te achterhalen waar het boek voor diende of wat het was. Nestor stopt de sleutel in een duidelijk daarvoor bedoelde gleuf in het altaar, en bijna onmiddellijk worden de Gourmands enkele meters achteruit geblazen. Ze kunnen niet meer bewegen. Ze zien Il Mago Vermiglio aan het altaar staan, met zijn rug naar hen. Uit zijn mantel, die altijd zijn grote, gespierde gestalte verborg, steken nu vier armen, alle vier ontveld en druipend van het bloed, alsof ze uit elkaar gespleten zijn. Hij bedankt de Gourmands zonder naar hen te kijken, kijkt naar boven naar het dakgebinte van de Kathedraal, en zegt dan dat het enkel jammer is dat ze de eindfase van zijn werk niet meer zullen zien. Hij draait zich om. De Gourmands kunnen zelfs niet meer spreken. Il Mago’s gezicht is ook ontveld: zijn huid drupt in dunne, bloederige stroken naar beneden, en hij kijkt met gloeiend rode ogen naar de verlamde helden. Eén van zijn vier armen draait een vlam rond die snel heter en feller wordt. Dan komt een flits die zowel verblindend als oorverdovend is. Daya, Lühü, Thormund, Zercon en Nestor worden niet zozeer allemaal levend verkoold als dat ze volkomen desintegreren (nota van de DM: iedereen kreeg 86 thunder damage, 47 fire and 27 radiant damage).
Het wordt zwart.
Dan komt er een zachte, koele, gouden gloed. Het offer dat de groep bracht aan Onze Moeder Lucretia in de narthex heeft hen gered. Ze zien dat Il Mago nu omringd is door twaalf sekteleden die onder elkaar fluisteren en opgewonden fezelen, terwijl uit het altaar – dat nu een massa lillend vlees geworden is – een wit-rode straal spirituele energie naar boven schiet door het dak. Il Mago scandeert oude rituelen, zijn vier armen geheven. Niemand let op de teruggekeerde Gourmands, die rechtstaan en direct de strijd aanbinden. Lühü en Nestor schieten rake pijlen in de verraste Mago, en Zercon laat zijn hernieuwde lust for life gelden met gloeiende slagen van zijn rondzwaaiende knots, terwijl Thormund gevaarlijke rode energie uitbraakt. Daya rukt direct de strot uit van één van de sekteleden. Il Mago en zijn acolieten zijn snel hersteld van de verrassing en gaan in de tegenaanval, terwijl de vreeswekkende spirituele energie verder uit het altaar spuit naar boven.
Nestor probeert Il Mago te verbannen naar een andere dimensie, wat net niet lukt. Tot zijn frustratie merkt Zercon dat de vermiljoenen magus weliswaar rake klappen incasseert van hem, maar dat het hem maar weinig kan deren. Daya brengt nog een acoliet om, deze keer met haar klauwen. Haar staart en snorharen staan stokstijf. Thormunds energiegolven nemen toe in kracht – de Scharlaken Koning nadert immers. Nestor stelt zich uitdagend op tegenover Il Mago maar is eigenlijk doodsbang, en bekoopt het bijna met zijn leven als die vlak bij hem teleporteert en met zijn bloederige handen een psychische schok teweegbrengt door langs weerszijden van zijn hoofd te drukken. Daya wordt langs alle kanten geraakt door energieprojectielen van de acolieten en Zercon wordt langzamerhand moe, al blijft hij de moed erin houden, met een specifieke verwensing voor elke acoliet die hem aanvalt. Er gaat nog een acoliet dood. Nestor gaat neer. De spirituele energie van het plafond verwordt tot geesten die nu krijsend neerdalen en ook zowel de acolieten als Il Mago aanvallen – tot zijn onaangename verrassing. Daya gaat neer. De laatste geest die de strijd vervoegt is onmiddellijk herkenbaar als de geest van Onze Moeder Lucretia zelf, die furieus Il Mago Vermiglio aanvalt. De Gourmands herinneren zich dat de Kathedraal met een donderende stem had gezegd om Lucretia vooral niet aan te kijken. Lühü gaat neer, ook al zit Il Mago nu vol pijlen als een speldenkussen. Eén geest bezit een acoliet en die wordt zo gedwongen om zelfmoord te plegen. Il Mago haalt uit met een bliksemschicht en een schokgolf, waarbij enkele van zijn eigen acolieten verpulverd worden. Zercon gooit het op een akkoord van de laatste kans met Thormund, die krachten van de Scharlaken Koning overhevelt op de satyr vooraleer hij zelf ook in elkaar zakt. Zercon valt aan, maar Il Mago is nog altijd stevig in de strijd, nu met een vlammend zwaard en een gloeiende vuist. Zijn gloeiende houtskool-ogen zijn vertrokken van de haat.
Dan, verderop in de Kathedraal, aan de ingang die geblokkeerd was door steengruis, lijken en rommel, weerklinkt er een misthoorn. Een seconde later exploderen de steenbrokken naar binnen en rent er een reus naar binnen met een enorm zwaard: Marek Blackwave, de stormreus die de Gourmands enkele dagen geleden nog ontmoet hadden bij het Rottende Moeras in de strijd om de Glinsterende Viaal. Marek rijt direct een acoliet aan stukken, en hij wordt gevolgd door zijn aanvoerder, de elfenprins Camaborn, die direct de situatie overschouwt en de gevallen Gourmands geneest met een toverspreuk waarbij groene, liaan-achtige energie uit zijn handen vloeit, ruikend naar citrusbloesem, die hen op slag vijf jaar jonger maakt en alle littekens geneest. Nestor staat weer op, Daya ook – wankelend – en dan ook Lühü en Thormund, die er zonder de eeuwige wallen onder zijn ogen plots verrassend fit en knap uit ziet. Nestor zegt in het Torilliaans tegen Camaborn en zijn kameraden, waar nu ook Khomm, Olaf en Jub-Jub bij gekomen zijn, om de blik af te wenden van Lucretia, die in een dodelijk gevecht zit met Il Mago Vermiglio. Lucretia heeft een accretie rond zich gevormd van de andere geesten, als een spiritueel amalgaam met acht armen en vier hoofden.
De Gourmands en Camaborns kameraden ruimen moeiteloos de overgebleven acolieten uit de weg – onder andere Olaf met twee enorme bijlen in elke hand. Jub-Jub slaagt er nog in Il Mago te doen kronkelen van de pijn, en een hoge, snerpende toon van het geestesamalgaam van Lucretia overschrijdt spoedig de gehoorgrens van de anderen, buiten Daya, die haar hoofd vasthoudt in pure pijn. De Gourmands nemen in stroboscopisch licht visioenen waar doorheen tijd en ruimte van de Kathedraal der Leegte: ze zien een rode mis geleid worden door Lucretia zelf met overgesneden keel; ze transformeren tot priesters die tegelijk de schedel intrappen van levende offers die op hun buik op de grond liggen voor hen; ze voelen de Kathedraal eeuwig in zichzelf imploderen; ze zien het schip doordesemd van een gele mist met in het centrum een kruis dat wegrot in urine; en een Kathedraal met gehavende muren en kanonskogelgaten, met her en der lijken van soldaten.
Dan wordt alles stil. Il Mago en Lucretia zijn verdwenen.
Zercon bedankt Camaborn en zijn vrienden uitgebreid. Nestor ook (behalve Jub-Jub, die hij nog altijd niet mag). De elfenprins gaat languit zitten in één van de kerkbanken. Marek leunt op zijn enorme zwaard. Khomm en Olaf blijven op de achtergrond. Camaborn legt uit dat hij gehoord had van “vreemdelingen” die gingen proberen achterhalen wat er aan de hand was in de Kathedraal der Leegte, en wist dat dat enkel de Gourmands konden zijn. Hij beschouwt het als een bedanking voor de hulp die ze hem eerder hadden geboden om terug de brokken te lijmen tussen hem en Marek, en zowel Khomm als Jub-Jub terug bij hem te brengen. Zercon en Nestor vragen of hij en zijn vrienden iets weten over Il Mago Vermiglio. Daarop schuifelt Jub-Jub naar voren, die eerst lijkt te gaan zitten (maar dat kan hij niet, want hij kreeg ooit een bijl in zijn anus), maar dan begint aan een houterige, veel te gecompliceerde uitleg waar Camaborn af en toe op inpikt of zaken verklaart.
Il Mago Vermiglio is deel van een groep die bekent staat als I Quattromagi. Lang geleden leverden ze diensten aan Alagadda, maar die diensten bleven onbetaald, en eeuwen later komen ze nu hun betaling opeisen. Il Mago Vermiglio is de meest gewelddadige van de vier, en zijn poging om de Scharlaken Koning op te roepen zou slechts het begin geweest zijn van de annihilatie van de stadstaat. Verder zijn er nog La Maga Gialla, een expert in het afsluiten van deals en contracten door in te spelen op de intellectuele ijdelheid van anderen; Il Mago Arancione, de eeuwige pestkop die zich altijd klein en zwak voordoet; en hun leider, La Maga Incandescata, over wie niets geweten is buiten dat ze een efrit is. Er hangt Alagadda met andere woorden een apocalyptische crisis boven het hoofd. Camaborn haalt daarbij de schouders op: hij houdt van wat hij als zijn tweede thuis is beginnen beschouwen, maar als het echt te lastig wordt, kan hij altijd terug naar Toril, “net als jullie”. Enigszins verbaasd willen de Gourmands weten hoe dat kan. Camaborn zegt dat er een portaal naar Toril zou zijn op Vercci’s Eiland. Daarbij kijkt Nestor zowel geïntrigeerd als verrast.
Camaborn informeert bij de Gourmands of ze nog werken voor de Ambassadeur. Dat is niet echt langer het geval, maar de Gourmands laten na om de elfenprins te vertellen dat er een prijs op zijn hoofd staat door diezelfde Ambassadeur. Zercon is meer geïnteresseerd om eens goed door te zakken met de heren en dame, die zelf zeggen plannen te maken om hun kameraad Bortrond vrij te krijgen uit de Gevangenis van Gekrijs. Hun laatste maatje, de aasimar Hala, moet ook nog ergens in de stad zijn, “maar die komt wel bovendrijven,” weet Camaborn. Hij zegt verder dat ze binnenkort zullen optreden in Formula Zero, een herberg in de wijk van Le Galerie. Marek op zijn beurt is geïnteresseerd als hij hoort dat Zercon en Lühü zelf muzikanten zijn, en dan nemen ze hartelijk afscheid van de Gourmands.
Op het altaar, dat terug van steen is, en waar het uitgebrande boek nu volledig weg is, zit een witte kitten. Het diertje is een albino met rode oogjes. Parmantig springt het van het altaar en trippelt het door het schip naar de nu open narthex naar buiten. De Gourmands, die terug blaken van gezondheid na hun twee bijna-doodervaringen, gaan ook naar buiten. Naar beneden door een gat in het dak valt een kolom sterrenlicht naar binnen – het is buiten nog altijd nacht, of heel vroeg in de ochtend.
Als de groep terug uit de Kathedraal komt op het plein afgezet met de colonnades, worden ze omstuwd door een massa nieuwsgierigen. De diverse groepen cultisten, charlatans, zwervers, religieuzen en kanslozen hebben hun plaatsen bij de colonnades verlaten en hebben met open mond gezien hoe de leegte van de Kathedraal terug opgevuld is door het bouwwerk zelf, alsof er niets gebeurd is. Water is echter wel nog altijd doorzichtig. De massa vuurt vele vragen af op de Gourmands. Nestor probeert munt te slaan uit zijn nieuwe heldenstatus, maar het publiek reageert niet echt en vindt het raar dat een gondoliere op straat om geld komt bedelen. Zercon spreekt de massa geïnspireerd toe, en het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje. Met moeite bereiken de Gourmands hun Silvia. Zercon wil eigenlijk vooral graag ergens gaan poepen. Nestor is het eender, maar heeft zelf zin gekregen om eens te gaan shoppen. Ze herinneren zich nu ook dat Gianna Sforzanda een beloning had uitgeloofd om het mysterie van de Kathedraal op te lossen, en besluiten dan maar om terug te peddelen naar Het absolute avondmaal. Het is dik over vieren ’s ochtends als ze het warme etablissement binnenkomen, en barman Idomeneo is aan het opruimen. Hij informeert vriendelijk naar hoe hun nacht was, en geeft hen dan elk een mooie kamer waar onze vrienden nog even kunnen bekomen van hun laatste avontuur.

Reacties
Een reactie posten