Sessie 11 - Ons moe

16 september (avond), 17 september (nacht)

  • Locatie en plaats: 9 januari 2026
  • Aanwezig: Lühü, Nestor, Thormund, Zercon
  • Afwezig: -
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo

De Gourmands spelen orgel, spelen met poppetjes en offeren elk iets op. Il Mago Vermiglio doet hen een voorstel dat ze resoluut afwijzen terwijl ze het hart bereiken van de Lege Kathedraal. Thormund bekent kleur en Nestor neemt een biecht af. 

In de inkom wil Thormund eerst weten of hier recent nog bezoekers geweest zijn, maar de sporen zijn onduidelijk. Nestor, die als gondoliere tenslotte toch ook een pientere geest heeft, probeert ook maar krijgt slechts stof in zijn gezicht geblazen.

Met de rapporten van kapitein Settembrini in de hand besluiten de Gourmands eerst de oostelijke trap te bestijgen. Eens ze aankomen op de overloop, die een uitzicht biedt op het schip van de Kathedraal, zien ze zoals de nota’s voorspelden, een enorm orgel dat bestaat uit ebbenhout en pijpen en toetsen van een beryllium-bronzen legering. Voor het orgel staan drie verstelbare stoeltjes. Eén stoeltje voor een persoon die met hun handen hoort te spelen, één voor een persoon met de voeten, en één voor een persoon met het hoofd (met duidelijk bredere toetsen). Waar de westelijke trap normaal zou moeten uitkomen, is er slechts een groot zwart vierkant.

Thormund vraagt zich af of ze überhaupt het orgel wel moeten bespelen, maar Zercon en Nestor zijn te enthousiast. Gedrieën gaan ze ervoor zitten – Nestor met zijn delicate vingers, Zercon met zijn hoeven en Thormund uiteindelijk met zijn harde kop. Op de achtergrond geeft Lühü informatie die hij kan krijgen uit de constructie van het orgel om zijn kameraden te begeleiden bij het spelen. Wonderwel ontstaat er een vreemde maar klinkende melodie die galmt door de Kathedraal, een muziekstuk dat begint met tevredenheid maar omschakelt naar melancholische nostalgie, om te eindigen in dissonant sadisme. Elke Gourmand voelt zich gesterkt. Als de laatste noten echoën door het enorme bouwwerk, lijkt het even alsof de mysterieuze ruïne hen wat meer heeft verwelkomd. Beneden zien ze het schip liggen: stoffig, met hier en daar vermolmde banken of kapotte vloertegels, maar niks dat wijst op recente bezoeken.

De groep besluit dan de oostelijke gaanderij af te wandelen omdat ze al weten dat ze niet naar beneden kunnen klauteren, waarbij Thormund uit Settembrini’s rapport opmaakt dat ze achterwaarts horen te wandelen. Terwijl ze dat doen, passeren ze diverse glas-in-loodramen die initieel scènes afbeelden van smekelingen en gebeden en die geleidelijk aan evolueren in groteske beelden van gemartelde, seksueel gefolterde en uiteindelijk vermoorde onderdanen; doorstoken, met afgehakte ledematen en hoofden, of met uit hun buiken puilende ingewanden. Aan de overzijde lijkt de westelijke gaanderij eerst in mist gehuld, maar die mist lost langzaam op om een geluidloze processie te onthullen van edellieden van Alagadda, geleid door dikke priesters in rijke gewaden, waaraan zelfs kleine kinderen bengelen en jengelen. Direct achter de priesters stappen een nog jonge Gehangen Koning en zijn Lucretia, met bij hen de Gouden Prins en La Principessa, nog als kinderen.

De processie aan de overkant verdwijnt abrupt als de Gourmands aan een trap naar boven komen. Die houten trap heeft duidelijk al zijn beste tijd gehad. Nestor biedt aan om die te verkennen (Lühü zou ook kunnen zweven maar hij zwijgt en niemand vraagt hem iets). Dit lukt de gnoom goed, tot hij aan een gapende holte komt van meer dan zes meter. Van beneden citeert Thormund uit Settembrini’s rapport dat de trap hier wel nog bestaat, maar gewoon onzichtbaar is. Nestor bevestigt dat door wat stof over de onzichtbare treden te gooien. Doorheen die onzichtbare treden is niks zichtbaar buiten een gapend zwart. Hij bereikt uiteindelijk een eenvoudige deur. De kameraden overleggen of ze hier geen binnenweg hebben gevonden, maar besluiten uiteindelijk toch Settembrini’s advies te volgen om ook de westelijke gaanderij te bezoeken. Terwijl ze terugwandelen ontrolt de processie die ze eerder zagen zich in omgekeerde volgorde, en door het stevige tempo lijken de glas-in-loodramen nu ironisch een herrijzenis of genezing te suggereren van de supplicanten.

Op de trap naar de westelijke gaanderij horen de Gourmands een aanhoudend hogere fluittoon in hun oren, maar aangezien ze uit het rapport weten dat die een akoestische illusie is, heeft het geen effect op hen en staan ze in een mum van tijd terug bovenaan. Waar ze opnieuw het orgel hadden verwacht, staat nu een diorama van de Kathedraal, en waar men zou verwachten dat de oostelijke trap uitkwam, slechts een inktzwart vierkant. Het diorama heeft bij het altaar één centraal figuur dat groter is dan de rest en constant lijkt te veranderen van uitzicht als de Gourmands even niet kijken. Ze zien ook elk iets anders. De één ziet een humanoïde met vier armen, iemand anders ziet een godheid zonder gezicht, nog iemand ziet vlammen likken aan de figuur, soms zijn er twee hoofden, soms een kroon, dan weer hoorns. Nestor denkt dat dit de Scharlaken Koning voorstelt, maar weet voorts niets over wie die is. Thormund bevestigt kortaf, maar negeert verdere vragen. Lühü, Daya en Zercon weten helemaal niets.

In het diorama zijn op schaal verder vele edellieden zichtbaar, veel kleiner dan de Scharlaken Koning. De Scharlaken Koning heeft voorts een zwarte, marmeren bal aan zijn voeten. Die heeft een inscriptie in Klassiek Alagaddaans die Nestor kan lezen: “De berouwvollen zullen passeren.” Thormund zegt binnensmonds dat hij dat nog vreemd vindt voor een entiteit die niet bepaald bekend staat om zijn genade. Hij probeert de bal weg te rollen in het diorama – de figuurtjes van de edellieden kletteren alle kanten op, maar als de bal eruit dreigt te rollen, staat alles weer in startpositie. Hetzelfde gebeurt als hij de bal tegen het zwarte vierkant wil gooien. Nestor probeert hetzelfde met een figuurtje, maar ook dat glipt uit zijn handen en gaat terug naar de startpositie van zodra het zijn hand gaat verlaten.

Zercon wordt ongeduldig. Kunnen ze niet gewoon verder wandelen? Moeten ze dit raadsel wel oplossen? Hadden ze geen binnenweg gevonden? Thormund maant aan tot geduld en herinnert de satyr eraan dat dit geen loos spelletje is, maar volgens Settembrini dient om een val onklaar te maken. Hij kijkt of hij de hoofdjes van de figuren kan afhakken. Terwijl hij eraan voelt met zijn vingers, merkt hij dat de mini-edellieden articuleerbaar zijn. In een aha-erlebnis zegt hij dat hij denkt dat ze de figuurtjes moeten laten buigen. De groep gaat aan het werk, en in een mum van tijd staat de hele miniatuurcongregatie devoot gebogen voor de Scharlaken Koning. Daarop zetten de Gourmands hun weg verder en verkennen ze de westelijke gaanderij. Even weerklinkt er vanuit de diepte een schrapend gekreun van een enorme hoeveelheid metaal tegen steen, maar dat houdt abrupt weer op. 

Onze Moeder Lucretia

De gebrandschilderde ramen aan de westelijke kant tonen taferelen die de Gourmands al eerder hebben gezien aan de Slangenbibliotheek, maar destijds in steen gehouwen: militaire overwinningen, de Gehangen Koning die worstelt met de Spookleviathan, magie, maar deze keer zijn er ook afbeeldingen van Onze Moeder Lucretia. Het schip van de Kathedraal beneden ziet er ongewijzigd uit, en aan de oostelijke gaanderij hangt een nevel die geleidelijk aan oplost en eerst woorden toont, die daarna ook ontlichaamd gesproken worden, initieel traag en onderscheidbaar, dan sneller en harder, schriller. Waar de woorden in het begin nog zaken zijn als “plezier”, “moed” en zelfs “neuken” (wat Zercon erg stimuleert), worden die ook geleidelijk aan donkerder: “castratie”, “openrijten”, “moord” en dies meer. Dat stimuleert niet.

De woorden houden op als de groep weer voor een trap staat die identiek lijkt aan die die ze op het einde van de oostelijke gaanderij zijn tegengekomen. Nestor weet nog hoe hij die moet navigeren en sprint fluks naar boven. Zercon volgt hem en zet ei zo na een poot verkeerd, maar weet zich nog te herstellen. Dat blijkt een maat voor niets, want achter hem zakt Thormund door een plank en grijpt die in paniek naar het been van Zercon, waardoor beiden naar beneden tuimelen. Lühü tuft rustig zwevend naar boven en Daya raakt ook kattenvlug tot bij de deur waar Nestor wacht. Vallend gebruikt Zercon in een reflex een dimensionale deur om terug de trap op te komen en doet Thormund iets soortgelijks, waardoor er een knal uit de diepte weerklinkt. De twee maken wat ruzie maar de dwerg excuseert zich niet. Als de gemoederen bedaren biedt de dappere Nestor aan om de deur te openen. De schuurt wat tegen maar gaat zonder veel problemen open. De Gourmands zien een vierkante overloop met in het midden een gat waar vier enorme klokken hangen met dikke koorden die over de reling gedrapeerd zijn van de overloop. Het is er erg donker – slechts één lichtschacht komt door een barst uit het torendak naar binnen.

Eens de Gourmands allemaal over de drempel zijn, verdwijnt de deur en wordt die een gemetselde muur. Veel tijd om daarover na te denken hebben ze niet, want hordes vleermuizen komen vanuit het dakgebinte op de groep af gestormd, begeleid door vier scharlaken spoken met bloedende ogen. Het spreekt voor de ervaring die de Gourmands op minder dan twee weken samen zijn hebben opgebouwd dat ze direct en zonder angst een goed geoliede slagorde aannemen en zich niet van slag laten brengen. Elk van de kameraden pikt wat letsels op – bijtwonden, brandwonden – maar dankzij Lühü’s spectrale mechanische constructjes is de groep goed beschermd en de rest bijlt, pijlt en slaat er op los. Enkel Nestor heeft wat pech, die telkens als hij iets episch wil doen, consistent faalt. Eens de tegenstand overwonnen is, zwaait Zercon zijn knots in het rond om helende geuren te verspreiden. Nu ruikt de zolder niet alleen muf, maar ook nog eens naar zaad. Eén stukje balustrade is aan spaanders gehakt door Thormunds bijl. De Gourmands weten uit Settembrini’s rapport dat ze nu de klokken moeten luiden. Aan het uiteinde van de koorden beneden hangen dode priesters. Elk van de vier heren bemant een koord terwijl Daya toekijkt. Als de priesters omhoog rijzen en met hun schedels tegen de bellen slaan, wordt de zolder vervuld van een erg luid, bronzen lawaai dat door alle vezels heen dringt. Aan weerszijden van de overloop verschijnen kleine houten trapjes naar elk één deur. Eén deur heeft een witte deurlijst, één heeft een gouden deurlijst, een derde heeft een zwarte lijst en de laatste een rode: de vier kleuren van Alagadda. Settembrini’s rapport weet dat de deuren naar een toren leiden en elk een offer vragen van de bezoeker. De ivoren toren vraagt een kunde, de gouden toren geld, de zwarte toren gezondheid en de rode toren, voorspelbaar, bloed. Daar eindigt Settembrini’s rapport. De Gourmands verdelen de deuren onder elkaar.

Zercon kiest de Toren van Ivoor en offert zijn kennis op van arcana. Hij stapt binnen in een torenkamer met steile, hoge vensters die een mooi uitzicht bieden over een nachtelijk Alagadda. De muren zijn van een kunstig email maar met oud bloed besmeurd. Hij vindt een ivoren, met scrimshaw afgewerkt kistje met edelstenen erin en neemt het mee. Hij hoort een stem daveren in zijn hoofd: “Wend je”.

Nestor kiest de Toren van Obsidiaan en offert een stuk van zijn gezondheid op. In ruil weet hij dat hij taaier geworden is en dat er een donker randje is gekomen aan zijn vechtkracht. De torenkamer is vensterloos – het enige raam dat er ooit was, is dichtgemetseld. Terwijl hij dat van naderbij gaat bekijken, komt er achter hem een entiteit uit het plafond neergedaald, ondersteboven. De entiteit praat niet en is bijna niet zichtbaar, maar heeft rode ogen en gebiedt Nestor telepathisch om te vertrekken. Geschrokken en achterwaarts wandelend geeft Nestor gehoor aan het commando, waarna de deur voor zijn neus terug dicht smakt. Ook hij hoort een (andere) stem in zijn hoofd: “ogen”.

Thormund wordt in de Toren van Robijn onmiddellijk door een nieuw scharlaken spook aangevallen. Hij verslaat het, maar niet zonder kleurscheuren en brandwonden op te lopen. De muren van de kamer lijken zelf haast te smelten, en vensters tonen een uitzicht op een oceaan van bloed onder een donkerroze hemel. In de verte staat het silhouet van een reusachtige entiteit, die boven de buik verborgen gaat in de wolken: de Scharlaken Koning. Thormund tuimelt uit de deur, die open blijft staan en een intense hitte over de zolder doet uitwalmen. De dwerg hoort in zijn hoofd daveren: “van Onze”.

Lühü komt in de smaakvolle Toren van Goud terecht en moet al zijn goud opgeven (“Nu heb ik nog vier zilverstukken,” constateert de priester monter). De raamloze kamer, met effen zwarte muren en een diffuus licht, heeft centraal een cirkelvormige labyrintsteen waarin de bezoeker met gesmolten goud de goudstroom tot de juiste uitgang moet begeleiden. Lühü kijkt eerst na hoe het zou moeten in omgekeerde volgorde en begint dan kalm te gieten. Hij slaagt erin zonder morsen en krijgt een gouden bal ter waarde van 1.900 goudstukken. Hij hoort: "Moeder Lucretia".

Die vier ontmoeten elkaar – en Daya – terug op de vierkante zolderkamer: Zercon glunderend met zijn schat, Nestor die er plots grimmig en wat grijzer uit ziet, Thormund met plukken haar en kleren weggebrand, en Lühü met een onhandige gouden bal. Veel tijd om over hun ervaringen te praten hebben ze niet: aan de tegenovergestelde kant vanwaar ze kwamen is een deurgat verschenen, en de warmte uit de Toren van Robijn begint onaangenaam verstikkend te worden. Het deurgat leidt naar een trap beneden, die uitkomt in de verduisterde sacristie van de Kathedraal. Buiten opnieuw veel stof, gescheurde kleren, lappen stof en kapotte relieken is er niks te vinden. De sfeer is er beklemmend, en een bijna statische elektriciteit hangt in de lucht die geurt naar geweld, slijm, bloed en seks. In een plots stroboscopisch geflikker verschijnt er iemand voor de deur die wellicht naar het schip leidt: Il Mago Vermiglio, die de Gourmands eerder al ontmoetten in de Luna-toren.

Tussen de magus en de groep is van een touwtje een sleutel komen bengelen uit het plafond. Il Mago Vermiglio negeert dat. Hij zegt dat hij ondanks alles een zekere sympathie heeft voor hen en dat hij eigenlijk had kunnen weten dat het uitgerekend de Gourmands zouden zijn die zouden doordringen tot het hart van de Kathedraal der Leegte. Hij zegt dat hij bijna klaar is met zijn ritueel om de Scharlaken Koning uit te nodigen naar Alagadda, en biedt de groep aan om hem te helpen. Ze weigeren onmiddellijk. De magus is enigszins verwonderd en spreekt vooral Thormund aan: “Jij zou toch beter moeten weten?” “Net daarom,” zegt de dwerg verbeten. Dan is Il Mago Vermiglio plots verdwenen. Omdat de vragen van zijn kameraden nu echt wel dringend beginnen te worden over wat Thormund te maken heeft met de Scharlaken Koning, geeft de dwergse flik toe dat hij ooit een pact sloot met de entiteit om meer slagkracht en kunde te krijgen, maar dat de Scharlaken Koning tegelijk een ultragewelddadige, extradimensionele figuur is die zo ver mogelijk zou moeten blijven van de realiteit. Intussen heeft Nestor de sleutel op zak gestoken.

Als de Gourmands het schip betreden, is het er kalm. Er is niemand te zien of te voelen. Het altaar ziet er rijkelijk versierd uit, met kunstige metalen afwerking en een holte in het midden, naar het tabernakel gericht, waar wellicht de sleutel in past van Nestor. Op het altaar ligt een verbrand boek en staan diverse weggesmolten, al lang ijskoude kaarsen. Het schip ziet eruit zoals ze hadden gezien van bovenaf: stoffig, al heel lang verlaten, een beetje gebroken. Door de vensters schijnt een diffuus, donkerrood licht. Het spreekgestoelte is ingestort, maar de biechtstoelen zijn intact. Nestor kruipt in een biechtstoel en krijgt onmiddellijk te horen van een groteske elf met een stinkende adem dat die zich schuldig voelt en zichzelf haat voor zijn machtsmisbruik. Nestor prevelt de biechteling toe dat hij 50 weesgegroetjes moet opzeggen. De elf gehoorzaamt stamelend. Als Nestor terug uit de biechtstoel komt, is er geen spoor van de congregant en is het weer stil – en die stilte weergalmen de voetstappen van de Gourmands bijzonder luid.


 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 5 - De universiteit van het leven

Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

Sessie 9 - Koffietafels