Sessie 10 - Het skelet van een plan en het plan van een skelet

16 september (nacht tot vooravond)

  • Locatie en plaats: bij de DM, 10 november 2025
  • Aanwezig: Lühü, Nestor, Thormund, Zercon
  • Afwezig: -
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo

Het Absolute Avondmaal wordt meer een absolute brunch. Lühü krijgt letterlijk koudwatervrees en Zercon wint informatie in. Thormund beleeft een zalig droomloze nacht. De Gourmands lossen vlotjes de raadsels op van een skelet, verslaan spoken en betreden de Lege Kathedraal.

Het is al erg laat als de Sylvia de Lege Wijk binnenvaart, en direct merken de Gourmands iets vreemds: alle water in de Lege Wijk is onzichtbaar. Het lijkt alsof de gondel door de lucht zweeft. Ook de Gourmands zelf zien er plots spookachtiger uit, uitgedroogder, alsof ze er zelf niet helemaal zijn. Er walmt een dikke, donkere nevel door dit kwartier, dat een grimmige aanblik biedt, met vele gebouwen die slechts kleine vensters hebben of helemaal geen, en gebouwd zijn uit een zwarte, vochtige steensoort. In de verte zien ze al het sterrenveld flonkeren van de Lege Kathedraal – een schitterende wonde midden in de wijk. Onder het varen vertelt Nestor dat hij denkt dat hij Voldo nog kent van vroeger en dat die net als hem voor Huis Vercci werkte, één van de acht Grote Huizen van Alagadda. Hij weet niet meer precies wat hij zich herinnert, maar Voldo roept een onaangenaam gevoel bij hem op. Verder weet Nestor dat centraal in de wijk het Armenlabyrint ligt, een verzameling huizenblokken dat na dezelfde ramp die de Lege Kathedraal deed ontstaan, alles 20x kleiner maakte daar.

Dat leidt tot een bespreking tussen de vier heren en Daya over wat ze nu zullen gaan doen. Er is weinig animo om in te gaan op het voorstel van de Ambassadeur: ten eerste heeft Camaborn al duidelijk gemaakt dat hij eigenlijk niet weg wil uit Alagadda (“en ik begrijp waarom!” voegt Zercon eraan toe) en ten tweede vinden Nestor en Lühü zijn bende eigenlijk best sympathiek (alleen heeft Nestor iets tegen Jub-Jub). Thormund vindt het allemaal zijn probleem niet: “dat Camaborn gewoon een brief schrijft naar zijn moeder hé”. Bovendien weet niemand hoe ze zelfs terug zouden moeten keren naar Toril. Ook Aldo Lidello’s voorstel wordt besproken, maar de vastgoedmagnaat heeft op de groep een vulgaire en onbetrouwbare indruk gemaakt (alleen Nestor vindt hem wel oké). Lühü suggereert dat het toch zo moeilijk niet kan zijn Lidello gewoon om te leggen (een opdracht van twee andere potentiële werkgevers), maar Zercon dan weer zegt dat eens met Lidello gaan praten geen kwaad kan. Thormund vindt dat ze meer moeten zijn dan gewoon ordinaire huurmoordenaars. 

Diezelfde Thormund van zijn kant voelt er wel wat voor in te gaan op de vraag van Vicenza L’Onda om mogelijke deloyaliteit na te gaan bij de Goudjassen van de Tuinen, en te checken wat er allemaal gebeurt op het Leprozeneiland. De rest is er niet tegen, maar nu de Kathedraal al duidelijk in zicht is en ze het Absolute Avondmaal naderen, hebben ze ook iets van “we zijn hier nu toch”. 

De grimmige, onderkoelde sfeer van de kanalen en straten van de Lege Wijk wijkt volledig als ze aankomen bij het Absolute Avondmaal en de deur openen. Binnenin het gelijkvloers van de gelagzaal brandt in het midden een enorm open vuur. De sfeer is er gemoedelijk en gezellig, zelfs op dit late uur. Lühü heeft zijn kortstondige cafeïneverslaving al overwonnen en bestelt een liter water om er dan komische trucs mee op te voeren. Aan de bar staat een grof gebouwde maar joviale ork die zich aan de tafel komt voorstellen als Idomeneo. Thormund wil whiskey, met de fles erbij, Zercon is geïnteresseerd in de betere rode vintage. Nu de Gourmands eindelijk goed beseffen dat ze veel geld hebben, leven ze ook naar hun naam. De dwerg en de satyr boeken elk de duurste suite in de herberg, wat hen doorlopend gratis drank en spijs oplevert. Lühü, altijd in voor een experiment, huurt ook een kamer om eens de sensatie van de slaap te ervaren. Nestor blijft in alles bescheiden, zowel in kamer als consumptie.

Idomeneo, barman van het Absolute Avondmaal

Terwijl ze drinken en praten worden ze benaderd door een schimmige man met een scheve, zeverende mond die praat met een Luvignees accent. Om onbekende redenen richt hij zich vooral tot Nestor, die van de weeromstuit het accent begint te imiteren. De man, die bekend staat als Le Salopard, heeft 1,000 goudstukken veil om een bepaald seksueel verlangen in te lossen in Alagadda, wat tenslotte toch de stad is waar perversie de regel is in plaats van de uitzondering. Vlotjes legt hij uit dat hij een verzweerde, verwonde kont wil zien met zaad erop terwijl op de achtergrond zachte muziek speelt. De Gourmands zijn niet geïnteresseerd. Lühü wil de man nog wegjagen door te doen alsof hij water naar hem zal gooien, maar de gluiperd is intussen al afgedropen. De elf heeft intussen ook besloten dat hij een toeristische gids wil schrijven over Alagadda voor God weet welke reden.

Terwijl de rest zich opmaakt om te gaan slapen (Thormund met nog een fles in de hand), doet Zercon nog eens een ronde langs het gelijkvloers. Hij vindt een Zilverjas die een kleine pauze neemt, onderofficier Natalia Sotto. Initieel is ze sceptisch tegenover haar plotse ongenode gezelschap, maar Zercons innemendheid doet haar scepsis plaatsmaken voor het soort confidentialiteit dat je soms enkel in een wildvreemde kan stellen. 

Natalia is vannacht op patrouilledienst. Regelmatig wordt de Lege Wijk geteisterd door raids van de Middernachtsbriganten, die het meestal gemunt hebben op vaste bewoners van de wijk en hen ontvoeren of ombrengen. Het bezorgt de officieren aan de Lege Poort – de hoofdbarak van de wijk nadat de Zilverjasbarakken al een tijd een ruïne zijn – veel hoofdbrekens. Ze heeft door dat Zercon van Toril komt en vraagt hem of ze Bortrond kent, een half-debiele oger die een vermaarde smid zou zijn van Toril, maar momenteel vermoedelijk gevangen wordt gehouden in de Gevangenis van Gekrijs, mogelijk om hem te dwingen wapens te maken. Natalia is zelf een amateur-smid en zou graag bij hem in de leer gaan. Zercon kent Bortrond niet, maar weet natuurlijk wel dat dat één van Camaborns kameraden is. Voordat ze weer haar mantel aantrekt en haar helm opzet, zegt ze Zercon morgen te zoeken naar haar eigen overste, Lucella Stragheni, als ze kunnen en willen helpen met het probleem van de Middernachtsbriganten.

Zercon slaat ook nog een babbeltje met Idomeneo, die de satyr uitlegt dat deze wijk jammer genoeg erg vijandig staat tegenover buitenstaanders, en dat die vaak het slachtoffer worden van de knokploegen van Aldo Lidello. Die knokploegen zijn steeds op zoek naar nieuwe bewoners voor het Armenlabyrint, waar Lidello infrastructuur omheen gebouwd is zodat het erg moeilijk is om eruit te raken, en binnenin de wijk-in-de-wijk duizenden mensen in miniatuur uitbuit, om hun goederen vervolgens met grote marges te verkopen in de hele stad. De ork en de satyr kunnen het goed vinden met elkaar en sluiten samen de bar na een laatste glas te hebben gedeeld.

Nestor slaapt. Lühü “slaapt”. Zercon slaapt. Daya slaapt. Thormund bereikt zijn eigen walhalla: hij zuipt zich in slaap maar droomt niet en heeft de ochtend erop geen kater. De andere Gourmands merken ook dat hij er merkelijk frisser uit ziet. Het is een stevige brunch, met spek, brood en eieren. Terwijl ze bespreken wat ze nu precies gaan doen en Zercon zijn nieuwe info deelt met de anderen, komt Gianna Sforzanda opgetogen de groep begroten, blij dat ze hier al zo snel zijn. Ze legt uit dat ze eindelijk komaf wil maken met het fenomeen van de Lege Kathedraal, vooral omdat de laatste tijd vreemde lichten en geluiden vanuit die plek aan het toenemen zijn en ze vreest dat er onheil op til is. Haar instinct wordt gestaafd door de waarnemingen van het observatorium van het Open Oog. De Kathedraal zelf was oorspronkelijk gebouwd door en voor Onze Moeder Lucretia, de favoriete concubine van de Gehangen Koning en de moeder van zowel de Gouden Prins als La Principessa. Tijdens een geheim ritueel moet er iets misgegaan zijn, waardoor Lucretia verdween en de Kathedraal werd verzwolgen door de kosmos (althans van buitenaf).

De groep behandelt Gianna met de nodige scepsis, nu ze weten dat er in de Lege Wijk eigenlijk dringender problemen zijn. Gianna is weliswaar van adel, maar geeft aan dat de Middernachtsbriganten al behandeld worden door de Zilver- en Goudjassen en dat ze niet machtig genoeg is om iets te doen aan de problemen die Aldo Lidello en zijn clan veroorzaken, dus concentreert ze zich op wat ze denkt dat ze wel kan aanpakken. Als Nestor vraagt waarom dit allemaal belangrijk is voor haar, glimlacht ze naar de gnoom en vraagt ze hem waarom hij niet gewoon een gondoliere is gebleven. Gianna zegt verder dat de ruïnes van de Zilverjas-barakken wellicht nota’s verbergen over de Lege Kathedraal als resultaat van expedities georganiseerd door de voormalige kapitein aldaar, een zekere Settembrini.

De Gourmands maken nota’s en beëindigen hun brunch. Bij de Sylvia aangekomen beseft Lühü plots dat hij bang is geworden van (onzichtbaar?) water en kost het hem moeite om in te stijgen. Via de Middernachtsbocht vaart de gondel langs het Zuidelijk Leeg Kanaal en ziet het de enorme muren die opgeworpen zijn om de onderdrukte bevolking van het Armenlabyrint binnen te houden. Ze komen dan langs het Kanaal van Wanhoop. Het is weliswaar dag, maar een donkere mist blijft langs de gebouwen, steegjes en kanalen hangen, met de zon slechts als vage lichtvlek in de verte. De weinige mensen op straat beschouwen de Gourmands met verdenking.

De ruïne van de Zilverjas-barakken oogt bizar. Er staat nog één muur overeind (“wellicht om lagere belastingen te moeten betalen bij renovaties,” weet Lühü) en al de rest is steengruis en brokken. Omdat de ruïne licht onder doorzichtig water staat, zien de fundamenten eruit alsof ze langzaam aan het oplossen zijn, met een gedurige wolk zwart stof. Eens de Gourmands over de verwoeste dorpel komen, stelt zich een skelet samen gekleed in repen Zilverjas-uniform. Het is Settembrini. Het skelet is verheugd vast te stellen dat zijn bezoekers geen idioten zijn die gestuurd zijn door Lidello.

Alvorens Settembrini – die geen herinneringen heeft aan zijn eigen dood – zijn nota’s wil overhandigen aan de groep, wil hij hen intellectueel testen. Dat blijkt een eitje, vooral voor de pientere gondoliere en de sowieso al intellectuele priester van Voltooiing. Tevreden geeft Settembrini zijn notaboekje, waarna hij de eeuwige vrede kent door tot stof te verkruimelen. Terwijl Lühü zich zorgen maakt om opnieuw in de stijgen op de gondel, duiken er uit de mist spoken en vleermuizen op die het op de Gourmands gemunt hebben. Een bloedrode uitbarsting van Thormund (een boer of een scheet, God die het weet) zorgen er al voor dat de vleermuizen uit elkaar spatten. De spoken, die banshees blijken te zijn, zijn taaiere klanten. Ze draaien een vieze, traumatiserende tong met zowel Lühü als Nestor en fluisteren (de verkeerde) vieze dingen in Zercons oor. Daya krijgt het Codìjaans benauwd – haar staart staat dik en haar rughaar komt overeind. Niettemin slagen de Gourmands erin de banshees te verslaan en verspreidt de geurige mist uit Zercons piemelknots voldoende good vibes om iedereen te herstellen. Nestor, die zowel geheeld is door Lühü (“tandwielen zijn verkeerd!”) als Zercon met zijn smeuïge zaadgeur, voelt zich vreemd.

Zonder veel poespas bereikt de groep na een tijdje het plein van de Lege Kathedraal. Het plein is omgeven door colonnades waar allerlei daklozen, cultisten, zotten en marginalen tenten hebben opgeslagen. Vanuit het veld van sterren en constellaties dat ze kunnen zien, hoort Lühü een heel vaag gegrom komen – gelach ook, en het geluid van scheurend vlees. Niettemin stappen de Gourmands naar binnen. Onmiddellijk zien ze zoals hen was gezegd dat ze in een echte kathedraal staan. Er zijn twee toegangsbogen naar het schip van de kathedraal, maar de ene is ingestort en de andere is geblokkeerd door puin en lijken. Het is niet de achterhalen hoe lang de lijken er al liggen.

Centraal voor hen staat een standbeeld, gebeeldhouwd met een zeer nauw aansluitend, zinnelijk kleed dat niks aan de verbeelding overlaat. Het standbeeld heeft rode ogen en Nestor leest uit Settembrini’s gids dat je het best nergens aanraakt buiten aan een plateau met vier bekers op, die ze vanuit haar onderbuik vooruit duwt. Het is een standbeeld van Onze Moeder Lucretia. De kelken hebben opschriften in Klassiek Alagaddaans, wat Nestor kan lezen: “geboorte”, “geweld”, “overmaat” en “dood”. De bekers zijn bedoeld als votieven voor bloed, en ietwat met tegenzin offeren alle Gourmands wat bloed op. Onmiddellijk worden ze omgeven door een licht gouden halo die snel weer verdwijnt. Ze kijken om hen heen en zien dat er aan zowel de oost- als westkant openingen zijn die leiden naar donkere, nauwe trappen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 5 - De universiteit van het leven

Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

Sessie 9 - Koffietafels