Sessie 7 - Ontbijtspek
- Locatie en plaats: bij de DM, 26 juli 2025
- Aanwezig: Lühü, Nestor, Thormund, Zercon
- Afwezig: -
- Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo
De Gourmands bemachtigen de Glinsterende Viaal. Ze praten met I Sfumati, de meest gerenommeerde huurling-tovenaars van Alagdda, en krijgen een toegangspas tot de Slangenbibliotheek. De Ambassadeur checkt in en de Gourmands komen te weten wat het lot was van Lardo (hij werd verwerkt tot spek).
Een klein
strooien construct met de naam Betacucco ontfermt zich over een
ontwakende Nestor op de kantelen van de ruïne van de Nieuwe Bron onder groot
gejammer. Uit het kreupelhout en het moeras komen intussen Camaborn, Jub-Jub,
Khomm en in hun kielzog de stormreus Marek. Zonder veel poespas
overhandigt hij de Glinsterende Viaal aan de Gourmands. Camaborn bedankt de
groep om hen bij te staan en verdwijnt dan met zijn maten terug in het
omliggende, laagstammige woud. De Bowel Rangers likken ook hun wonden en staan
toe dat de Gourmands overnachten in hun basis. De ochtend erop worden ze
uitgeleide gedaan. Ze merken dat de gangen waardoor ze naar buiten gaan niet
dezelfde zijn als die waardoor ze naar binnen kwamen.
Nestor
bestudeert de Glinsterende Viaal – het oppervlak voelt, vettig, olie-achtig
aan. Binnenin zit een vloeistof die zwaarder en meer viscoos voelt dan water,
maar hij opent de Viaal niet. Aan boord van de Sylvia beslissen de
Gourmands om naar Il Bestiario te trekken, waar ze Elvira de Eenogige kunnen
vinden, de vuurreuzin die de Viaal aan Mareks voeten had geworpen en mogelijk
weet waar de Karnende Kelk is. De tocht door het Tranenkanaal en nadien langs
het Lazuli-kanaal verloopt zonder incidenten. Il Bestiario is een klein fort
van de Goudjassen en is tegelijk een biolabo. De Sylvia meert aan aan de
trappen die uitmonden in het Lazuli-kanaal. Lühü zweeft als eerst naar buiten;
hij heeft nu twee mechanische voeten en voelt zich daar duidelijk in zijn sas
bij. De groep bespreekt wat ze weten over de Cirkel van Vlees en vermoedt dat
Lühü geen welgekomen gast zal zijn – hij vijst zijn voeten af zijn benen en
klimt op de rug van Thormund om te doen alsof ze twee individuen zijn die graag
willen fuseren tot een hybride. Hij draagt ook de Zijden Sluier om zijn
mechanische ogen te verbergen.
De
Goudjassen aan de ingang laten de groep passeren. Aan hun rechterkant zien ze
open deuren die leiden naar typische vertrekken als een keuken en sanitair in
een militaire kazerne, maar aan de linkerkant zien ze vier figuren in gewaden
mediteren rond brandende kaarsen die ruiken naar spek en een altaar vol
ingewanden. Er zijn ook doorzichtige ruimtes waarin vreemde hybride dieren
worden verzorgd: onder andere een bonsai-olifant met krekelpoten die viool kan
spelen, een hoop samengesmolten maden in de vorm van een krokodil en een
gobelijn die geen armen en tanden heeft maar kikkerbenen. Als ze aankomen bij
een enorme door lianen getrokken lift, snelt een gekapte druïde met drie ogen
op hen toe met de naam Achilio, die vraagt hoe hij hen kan helpen. Hij
is enorm geïnteresseerd in het verhaaltje dat Thormund en Lühü ophangen en
begeleidt hen linea recta naar de tweede verdieping, waar Elvira huist.
Elvira,
die zich soms ook Csilla laat noemen, is de commandant van de lokale
Goudjassen en dat al enkele eeuwen. Tegelijk is ze een hooggeplaatste druïde in
de Cirkel van Vlees. Ze geeft Achilio ervan langs omdat ze direct door heeft
dat de groep helemaal niet komt om Thormund en Lühü te hybridiseren, maar dat
het buitenlanders zijn die op zoek zijn naar iets anders. Niettemin maakt ze
wat tijd voor de Gourmands. Haar vertrek, dat een eigenaardige combinatie is
van een officierskwartier met wapens, mappen en documenten en een biolabo met
bokalen vol ogen, ingewanden en vreemdsoortig vlees, is gemaakt op reuzenmaat,
dus de groep wordt op stoelen gezet die op hun beurt op een andere stoel staan
zodat ze makkelijker kunnen converseren. Nestor werkt direct op Elvira’s
zenuwen. In haar ogen (in haar ene oog, eigenlijk) is hij een irritante werkman
die hier helemaal geen plaats heeft.
Elvira
bekent dat ze “Job-Job” (“die rare tovenaar die niet kon zitten omdat hij ooit
een bijl in zijn anus had gehad”) beroofd had en dat ze met Marek
super-reuzenbaby’s wilde maken die hun rechtmatige plaats konden opeisen om te
heersen over Alagadda. Haar plan was om hem tot bij haar te lokken met de Viaal
en hem de Karnende Kelk kon overhandigen, het artefact waar de bard naar op
zoek was. Echter werd de Kelk ook van haar weggestolen en nu ziet ze ook in dat
het niets zal worden met Marek. Nestor heeft daarop allerlei spitants te zeggen
maar kan het niet: Elvira heeft hem magisch het zwijgen opgelegd. Door de
andere groepsleden is ze op z’n minst wel geamuseerd en daarom vindt het
onderhoud plaats. Intussen is de groep spek en bier voorgezet door Elvira, waar
Daya, Thormund en Zercon gulzig van eten. Het spek voelt echter bevreemdend
bekend aan voor Zercon.
Elvira
speculeert dat de Karnende Kelk te zwaar is om echt ver weg te zijn en denkt
dat de Tempels van Opulentie of de Kerk van Voltooiing het artefact mogelijk
hebben gestolen van haar voor Joost weet welke reden. Zelf verdenkt ze vooral
de Kerk, en Lühü legt eens te meer uit dat hij de religie wel volgt, maar niet
betrokken is in de politiek van de Kerk. Zercon probeert zijn beste moves om
meer informatie te ontfutselen van Elvira, maar het levert hem enkel een
speelse bedreiging op. Thormund is vooral uit op praktische informatie, maar
krijgt niet meer te horen dan dat de Gourmands best een Sfumato inhuren. De
Sfumati zijn huurling-magi die hun hoofdkwartier in de Lazuli-wijk hebben.
Op de
trappen van het Bestiario valt Zercon in wat hem zo bekend voorkwam aan het
spek dat hij net gegeten heeft: hij is er zeker van dat dat vlees afkomstig was
van Lardo. Hij vertelt dat met een bleek gezicht aan de groep, die hier
opvallend koel op reageert. Zercon kotst zijn ziel uit z’n lijf in het
Lazuli-kanaal. Hij bedenkt zich dat de anderen op een bepaalde manier nog
grotere perverten zijn dat hemzelf, als ze het gewoon laten passeren dat ze
zonet een dode medestander hebben opgegeten. Thormund ziet het vooral als een
praktisch probleem: waarom stierf Lardo en wat is er met hem gebeurd?
De groep
gaat te voet naar I Sfumati door een wirwar aan steegjes. Lühü vraagt aan Daya
of ze een hybride is tussen een kat en een mens, en de tabaxi is beledigd. Lühü
begrijpt niet goed waarom. De Gourmands discussiëren ook over hoe ze de drie
objecten die ze hebben bemachtigd veilig kunnen stellen, en of ze zullen liegen
tegen de Ambassadeur over de vooruitgang van hun missie. Immers, de Ambassadeur
zal hen morgen weer ontmoeten. En was hij betrokken bij de dood van Lardo?
Zercon denkt dat de vier gezochte objecten mogelijk samen een hoger doel
dienen. Nestor en Thormund zijn bezorgd dat de Ambassadeur zich van hen zal
ontdoen eens hun doel gediend is en Thormund is een beetje bitter over het feit
dat hun initiële missie – Camaborn terughalen – al mislukt is.
Aan de
nauwe ingang van het hoge handelaarshuis waarin I Sfumati huizen komt het bijna
tot een handgemeen omdat de magi die daar de wacht houden een toegangsprijs
eisen van 7 goudstukken per persoon en Thormund een grote mond opzet, wat de
toegangsprijs doet stijgen naar 8 goudstukken. De Gourmands zijn guitig, maar
ook nog steeds gierig. Als ze de prijs niet willen betalen, moeten ze maar
langskomen met een advocaat. Dat komt goed uit, want de Gourmands denken eraan
een kluis te huren bij de Banco Santo om de Viaal, de Sluier en de Specerij te
beveiligen, en ze willen daarvoor gaan praten met Carlotta.
Onder
koffie en water bediscussiëren de heren en Daya opnieuw wat ze zullen doen, en
uiteindelijk delft Zercon in de discussie het onderspit. De Gourmands gaan geen
kluis huren (ook al omdat dat geld kost) en denken dat de Ambassadeur hoe dan
ook zal weten dat ze al drie van de vier objecten zullen hebben. Lühü werpt op
dat ze vooral verder hun nut moeten bewijzen voor hem. Carlotta is het daarmee
eens en merkt op dat de Ambassadeur niet de gewoonte heeft om terug te komen op
gemaakte deals en dat als de Gourmands voor hem zijn nut hebben bewezen, hij
hen mogelijk nog opdrachten zal geven. De Gourmands steken de artefacten in hun
broek: Thormund laat de Zielenspecerij dichtbij zijn zweterige flikballen
marineren, Nestor steekt de Glinsterende Viaal in z’n zak en Zercon vouwt de
Zijden Sluier op als een zakdoek.
Carlotta
gaat mee terug naar I Sfumati, en toont een document dat de Gourmands
onmiddellijk toegang verschaft. Daar moeten ze even plaats nemen in een
wachtzaal tot een symbool op perkament dat hen werd overhandigt oplicht op de
muur. Lühü voelt zich onwel: hij heeft erg dringend zout nodig. De
baliemedewerkers van I Sfumati zien dat de zwetende elf zich fysiek erg slecht
voelt, en helpen hem door hem “53 gram” zout te bezorgen, min of meer. In de wachtzaal zitten onder andere een
hooghartige menselijke edelman, drie yuan-ti’s die een moordcomplot beramen op
een baas die hen bedrogen heeft, en een ork met zijn zoon die in een nepuniform
van een Sfumato gekleed is en hoopt dat die zoon de rangen kan vervoegen van de
huurling-tovenaars.
De
wachtzaal heeft welvende plafonds die gestut worden door zuilen waarin
gedetailleerde beeldhouwwerken zijn gemaakt. Nestor herkent in één van de
sculpturen de Gouden Prins die het lijk van zijn vader, de Gehangen Koning,
beweent. De Prins ziet er erg knap uit. Andere sculpturen tonen een leviathan
en ook een orgie.
Na een
half uurtje wachten worden de Gourmands een trap op geleid en belanden ze aan
de schrijftafel van een charismatische half-elf met zwart, in pommade
achteruitgekamd haar en een flitsende glimlach met de naam Marco Grillo.
Hij zegt dat ze recht hebben op een consult van een half uur. Hoewel de
Gourmands hun vragen zuinig verwoorden heeft Marco snel door dat ze werken voor
de Ambassadeur en op zoek zijn naar de Karnende Kelk. Marco denkt dat de Kelk
wellicht onder de Ashoop ligt, de nog altijd nasmeulende ruïne van een
herenhuis dat ooit bewoond werd door een edelvrouw die de vermetele moed had om
de Gouden Prins af te wijzen. Hij zegt dat die asse niet zomaar kan verplaatst
worden maar zegt dat er een specifieke spreuk bestaat die dat kan doen, en dat
die wellicht kan gevonden worden in de Slangenbibliotheek. Zijn eigen hypothese
is dat de Kelk begraven werd door de Kerk van Voltooiing of misschien de
Ambassadeur zelf “voor zijn eigen ziek plezier.” Hij geeft de heren en Daya een
Magmasleutel mee die hen toegang kan verschaffen tot de meer esoterische
vleugels van de bibliotheek, maar wil de sleutel de dag erop terug. Zercon
regelt nog snel een date met de knappe Marco: over drie dagen zullen ze uit
eten gaan in Succi’s, een klasserestaurant. Nestor vraagt naar wat de
mysterieuze Viaal kan doen. Marco zegt dat er wordt gespeculeerd dat de inhoud
ervan gelijk wat het aanraakt kan veranderen in iets mechanisch. Thormund wil
dan weer weten wat de Zielenspecerij doet, en Marco haalt de schouders op: “het
maakt een maaltijd gewoon extreem lekker.”
Daarmee
zit het onderhoud erop. Het begint avond te worden, en de Gourmands nemen de Sylvia
op terug te gaan naar het Teatro Silenzio voor het avondeten en een
overnachting. Aan de deur begroet de piccolo Wadde Nestor, die hem toespreekt
met een geforceerd diepe stem. In de gelagzaal is Vulponia aanwezig, die tot
Zercons chagrijn terug vooral aandacht heeft voor Thormund, die ze een
eerlijke, oprechte man vindt. Lühü suggereert dat Thormund een hybride is
tussen een steen en een man, en Thormund is het daar eigenlijk niet mee oneens.
Vulponia vertelt dat Don Diplodoco Fabrizzio eens goed z’n levieten heeft
gelezen met zijn domme moordplan. Fabrizzio is erg goed in zijn job, maar niet
veel andere dingen, en Vulponia denkt dat hij misschien de moord op Don
Diplodoco zelfs niet had laten uitvoeren.
Terwijl
de Gourmands het avondmaal nuttigen, discussiëren ze weer over wat ze gaan
vertellen aan de Ambassadeur, en ontstaat een consensus dat ze eerlijk gaan
zijn, maar met mate. Ze kijken ook even naar de affiche van de avond en het is
niet veel soeps: een vuurspuwer in een maquette van Alagadda, twee boksers
verkleed als bomen en een dronkaard die dwaze adviezen gaat debiteren. De groep
woont de optredens bij na het avondeten en Lühü slaagt erin de dronkaard
magisch het zwijgen op te leggen. Het publiek, dat al niet geweldig gecharmeerd
was door de dronkaard, heeft na enkele tellen door dat Lühü de bron is van de
stilte, en applaudisseert voor hem in plaats van de performer, die
discreet van het podium gehaald wordt. Don Diplodoco nodigt Lühü nadien uit om
te praten over kunst, het leven, kunst, performance, kunst en komedie, maar het
gesprek is nogal eenzijdig.
De
Gourmands gaan slapen. Lühü probeert op de gang de wacht te houden en wordt tot
drie maal toe “betrapt” door de tiefling Vergilio, een medewerker van
het hotel, die zegt dat de elf of moet gaan slapen, of naar de gelagzaal moet
gaan. Tegen zijn zin gaat Lühü naar de kamer waar Nestor slaapt. Hij kijkt hem
aan met zijn mechanische ogen tot de gnoom wakker wordt.
De groep
daalt ’s ochtends af met de lift en merkt dat er een curieuze stilte is neergedaald
over het anders drukke Teatro Silenzio. In de gelagzaal wacht de Ambassadeur op
de groep, aan een tafel bedekt met een rijk ontbijt. Naast en achter de Ambassadeur
staat een lange, atletische en lijkbleke man gekleed in diverse metalen
elementen en met een metalen band over zijn ogen – de man is duidelijk blind.
Aan beide polsen heeft hij armbanden waaruit telkens drie scherpe messen komen.
De Ambassadeur stelt hem voor als zijn persoonlijke lijfwacht, Voldo. De
Ambassadeur nodigt de groep vriendelijk uit om met hem te ontbijten terwijl
piccolo’s heel gedienstig over en weer rennen, helemaal van de kaart dat ze een
gast moeten bedienen die zo veel macht heeft in Alagadda.
De
Ambassadeur steekt van wal door te vragen wat er gebeurd is in Giordano’s
Brandende Wijk maar verzekert de heren en Daya dat ze niet zullen vervolgd
worden voor de dood van visconte Durolege. De man was al jaren een uitstaand
probleem, en de wijk was sowieso toe aan verandering. Thormund opent zijn broek
en legt de Zielenspecerij op tafel. De Ambassadeur ruikt eraan en kan bevestigen
dat het inderdaad het juiste artikel is, en maakt direct het geld dat hij
beloofd had over aan de groep via hun armbanden. Nestor haalt de Glinsterende
Viaal uit zijn zak, en even later tovert ook Zercon de Zijden Sluier
tevoorschijn. De Ambassadeur is in zijn nopjes, betaalt de helden met zijn
gekende, onoprechte, skeletale glimlach en verzekert op vraag van Lühü dat als zij
zulk goed werk blijven leveren, hij hen zeker nog wil inzetten voor andere
opdrachten in de nabije toekomst. Meer nog, hij nodigt hen uit bij hem thuis
voor een exclusieve serata waar ook andere hoogwaardigheidsbekleders
aanwezig zullen zijn. De datum is komende maandag om tien uur ’s avonds. Zercon
panikeert: dat is vlak na zijn date met Marco Grillo.
Lühü
vermeldt dat ze toch al enkele persoonlijke kosten hebben gemaakt om de eerste
drie artefacten te bemachtigen en een lening hebben moeten aangaan. De
Ambassadeur compenseert dat onmiddellijk en achteloos met de attitude van
iemand voor wie geld eigenlijk geen wezenlijke rol speelt. Zercon en Nestor
hebben verder vragen over de methodes die ze moeten of moesten gebruiken om hun
opdracht te vervullen, en dat die soms flirten met de illegaliteit. De
Ambassadeur toont zich onbezorgd daarover en vertrouwt glimlachend op de “creativiteit”
van de vreemdelingen. Hij houdt ook de lippen stijf over het lot van de
Karnende Kelk maar lijkt het een goed idee te vinden dat ze naar I Sfumati zijn
geweest en onderzoek kunnen doen in de Slangenbibliotheek.
Nestor
vraagt dan wat er gebeurd is met Lardo. De Ambassadeur is geamuseerd maar verzekert
dat hij geen hand had in de dood van de paladijn, maar dat die gestorven is
terwijl hij deed wat hij het liefste deed: neuken, en wel in de Vleesput,
het grootste bordeel van de stad. Dat zijn lichamelijke resten daarna verwerkt
werden tot ontbijt voor Il Bestiario vindt de Ambassadeur ergens een fijn en
toepasselijk idee dat de overdaad waarvoor Lardo streed, kon bevestigen.
Thormund spreekt de Ambassadeur scherp aan op zijn losse attitude jegens leven
en dood, waarop de Ambassadeur direct terugslaat om Thormund erop te wijzen dat
hij verbonden is met een extreem gewelddadig extradimensionaal wezen. De
geharde flik bindt bleek in. Terwijl de groep goed ontbijt, heeft de
Ambassadeur nauwelijks een croissant aangeraakt, en intussen is het onderhoud
op z’n einde aan het komen. Hij wenst de Gourmands (“beetje een gauche naam”)
nog veel succes en verlaat het Teatro met Voldo aan zijn zijde, en de groep heel
wat rijker dan voorheen.
Reacties
Een reactie posten