Sessie 7 - Ontbijtspek

11-12 september

  • Locatie en plaats: bij de DM, 26 juli 2025
  • Aanwezig: Lühü, Nestor, Thormund, Zercon
  • Afwezig: -
  • Op zijqueeste: Calpurnia, Lorenzo

De Gourmands bemachtigen de Glinsterende Viaal. Ze praten met I Sfumati, de meest gerenommeerde huurling-tovenaars van Alagdda, en krijgen een toegangspas tot de Slangenbibliotheek. De Ambassadeur checkt in en de Gourmands komen te weten wat het lot was van Lardo (hij werd verwerkt tot spek).

Een klein strooien construct met de naam Betacucco ontfermt zich over een ontwakende Nestor op de kantelen van de ruïne van de Nieuwe Bron onder groot gejammer. Uit het kreupelhout en het moeras komen intussen Camaborn, Jub-Jub, Khomm en in hun kielzog de stormreus Marek. Zonder veel poespas overhandigt hij de Glinsterende Viaal aan de Gourmands. Camaborn bedankt de groep om hen bij te staan en verdwijnt dan met zijn maten terug in het omliggende, laagstammige woud. De Bowel Rangers likken ook hun wonden en staan toe dat de Gourmands overnachten in hun basis. De ochtend erop worden ze uitgeleide gedaan. Ze merken dat de gangen waardoor ze naar buiten gaan niet dezelfde zijn als die waardoor ze naar binnen kwamen.

Nestor bestudeert de Glinsterende Viaal – het oppervlak voelt, vettig, olie-achtig aan. Binnenin zit een vloeistof die zwaarder en meer viscoos voelt dan water, maar hij opent de Viaal niet. Aan boord van de Sylvia beslissen de Gourmands om naar Il Bestiario te trekken, waar ze Elvira de Eenogige kunnen vinden, de vuurreuzin die de Viaal aan Mareks voeten had geworpen en mogelijk weet waar de Karnende Kelk is. De tocht door het Tranenkanaal en nadien langs het Lazuli-kanaal verloopt zonder incidenten. Il Bestiario is een klein fort van de Goudjassen en is tegelijk een biolabo. De Sylvia meert aan aan de trappen die uitmonden in het Lazuli-kanaal. Lühü zweeft als eerst naar buiten; hij heeft nu twee mechanische voeten en voelt zich daar duidelijk in zijn sas bij. De groep bespreekt wat ze weten over de Cirkel van Vlees en vermoedt dat Lühü geen welgekomen gast zal zijn – hij vijst zijn voeten af zijn benen en klimt op de rug van Thormund om te doen alsof ze twee individuen zijn die graag willen fuseren tot een hybride. Hij draagt ook de Zijden Sluier om zijn mechanische ogen te verbergen.

De Goudjassen aan de ingang laten de groep passeren. Aan hun rechterkant zien ze open deuren die leiden naar typische vertrekken als een keuken en sanitair in een militaire kazerne, maar aan de linkerkant zien ze vier figuren in gewaden mediteren rond brandende kaarsen die ruiken naar spek en een altaar vol ingewanden. Er zijn ook doorzichtige ruimtes waarin vreemde hybride dieren worden verzorgd: onder andere een bonsai-olifant met krekelpoten die viool kan spelen, een hoop samengesmolten maden in de vorm van een krokodil en een gobelijn die geen armen en tanden heeft maar kikkerbenen. Als ze aankomen bij een enorme door lianen getrokken lift, snelt een gekapte druïde met drie ogen op hen toe met de naam Achilio, die vraagt hoe hij hen kan helpen. Hij is enorm geïnteresseerd in het verhaaltje dat Thormund en Lühü ophangen en begeleidt hen linea recta naar de tweede verdieping, waar Elvira huist.

Elvira, die zich soms ook Csilla laat noemen, is de commandant van de lokale Goudjassen en dat al enkele eeuwen. Tegelijk is ze een hooggeplaatste druïde in de Cirkel van Vlees. Ze geeft Achilio ervan langs omdat ze direct door heeft dat de groep helemaal niet komt om Thormund en Lühü te hybridiseren, maar dat het buitenlanders zijn die op zoek zijn naar iets anders. Niettemin maakt ze wat tijd voor de Gourmands. Haar vertrek, dat een eigenaardige combinatie is van een officierskwartier met wapens, mappen en documenten en een biolabo met bokalen vol ogen, ingewanden en vreemdsoortig vlees, is gemaakt op reuzenmaat, dus de groep wordt op stoelen gezet die op hun beurt op een andere stoel staan zodat ze makkelijker kunnen converseren. Nestor werkt direct op Elvira’s zenuwen. In haar ogen (in haar ene oog, eigenlijk) is hij een irritante werkman die hier helemaal geen plaats heeft.


De Lazuli-wijk.

Elvira bekent dat ze “Job-Job” (“die rare tovenaar die niet kon zitten omdat hij ooit een bijl in zijn anus had gehad”) beroofd had en dat ze met Marek super-reuzenbaby’s wilde maken die hun rechtmatige plaats konden opeisen om te heersen over Alagadda. Haar plan was om hem tot bij haar te lokken met de Viaal en hem de Karnende Kelk kon overhandigen, het artefact waar de bard naar op zoek was. Echter werd de Kelk ook van haar weggestolen en nu ziet ze ook in dat het niets zal worden met Marek. Nestor heeft daarop allerlei spitants te zeggen maar kan het niet: Elvira heeft hem magisch het zwijgen opgelegd. Door de andere groepsleden is ze op z’n minst wel geamuseerd en daarom vindt het onderhoud plaats. Intussen is de groep spek en bier voorgezet door Elvira, waar Daya, Thormund en Zercon gulzig van eten. Het spek voelt echter bevreemdend bekend aan voor Zercon.

Elvira speculeert dat de Karnende Kelk te zwaar is om echt ver weg te zijn en denkt dat de Tempels van Opulentie of de Kerk van Voltooiing het artefact mogelijk hebben gestolen van haar voor Joost weet welke reden. Zelf verdenkt ze vooral de Kerk, en Lühü legt eens te meer uit dat hij de religie wel volgt, maar niet betrokken is in de politiek van de Kerk. Zercon probeert zijn beste moves om meer informatie te ontfutselen van Elvira, maar het levert hem enkel een speelse bedreiging op. Thormund is vooral uit op praktische informatie, maar krijgt niet meer te horen dan dat de Gourmands best een Sfumato inhuren. De Sfumati zijn huurling-magi die hun hoofdkwartier in de Lazuli-wijk hebben.

Op de trappen van het Bestiario valt Zercon in wat hem zo bekend voorkwam aan het spek dat hij net gegeten heeft: hij is er zeker van dat dat vlees afkomstig was van Lardo. Hij vertelt dat met een bleek gezicht aan de groep, die hier opvallend koel op reageert. Zercon kotst zijn ziel uit z’n lijf in het Lazuli-kanaal. Hij bedenkt zich dat de anderen op een bepaalde manier nog grotere perverten zijn dat hemzelf, als ze het gewoon laten passeren dat ze zonet een dode medestander hebben opgegeten. Thormund ziet het vooral als een praktisch probleem: waarom stierf Lardo en wat is er met hem gebeurd?

De groep gaat te voet naar I Sfumati door een wirwar aan steegjes. Lühü vraagt aan Daya of ze een hybride is tussen een kat en een mens, en de tabaxi is beledigd. Lühü begrijpt niet goed waarom. De Gourmands discussiëren ook over hoe ze de drie objecten die ze hebben bemachtigd veilig kunnen stellen, en of ze zullen liegen tegen de Ambassadeur over de vooruitgang van hun missie. Immers, de Ambassadeur zal hen morgen weer ontmoeten. En was hij betrokken bij de dood van Lardo? Zercon denkt dat de vier gezochte objecten mogelijk samen een hoger doel dienen. Nestor en Thormund zijn bezorgd dat de Ambassadeur zich van hen zal ontdoen eens hun doel gediend is en Thormund is een beetje bitter over het feit dat hun initiële missie – Camaborn terughalen – al mislukt is.

Aan de nauwe ingang van het hoge handelaarshuis waarin I Sfumati huizen komt het bijna tot een handgemeen omdat de magi die daar de wacht houden een toegangsprijs eisen van 7 goudstukken per persoon en Thormund een grote mond opzet, wat de toegangsprijs doet stijgen naar 8 goudstukken. De Gourmands zijn guitig, maar ook nog steeds gierig. Als ze de prijs niet willen betalen, moeten ze maar langskomen met een advocaat. Dat komt goed uit, want de Gourmands denken eraan een kluis te huren bij de Banco Santo om de Viaal, de Sluier en de Specerij te beveiligen, en ze willen daarvoor gaan praten met Carlotta.

Onder koffie en water bediscussiëren de heren en Daya opnieuw wat ze zullen doen, en uiteindelijk delft Zercon in de discussie het onderspit. De Gourmands gaan geen kluis huren (ook al omdat dat geld kost) en denken dat de Ambassadeur hoe dan ook zal weten dat ze al drie van de vier objecten zullen hebben. Lühü werpt op dat ze vooral verder hun nut moeten bewijzen voor hem. Carlotta is het daarmee eens en merkt op dat de Ambassadeur niet de gewoonte heeft om terug te komen op gemaakte deals en dat als de Gourmands voor hem zijn nut hebben bewezen, hij hen mogelijk nog opdrachten zal geven. De Gourmands steken de artefacten in hun broek: Thormund laat de Zielenspecerij dichtbij zijn zweterige flikballen marineren, Nestor steekt de Glinsterende Viaal in z’n zak en Zercon vouwt de Zijden Sluier op als een zakdoek.

Carlotta gaat mee terug naar I Sfumati, en toont een document dat de Gourmands onmiddellijk toegang verschaft. Daar moeten ze even plaats nemen in een wachtzaal tot een symbool op perkament dat hen werd overhandigt oplicht op de muur. Lühü voelt zich onwel: hij heeft erg dringend zout nodig. De baliemedewerkers van I Sfumati zien dat de zwetende elf zich fysiek erg slecht voelt, en helpen hem door hem “53 gram” zout te bezorgen, min of meer.  In de wachtzaal zitten onder andere een hooghartige menselijke edelman, drie yuan-ti’s die een moordcomplot beramen op een baas die hen bedrogen heeft, en een ork met zijn zoon die in een nepuniform van een Sfumato gekleed is en hoopt dat die zoon de rangen kan vervoegen van de huurling-tovenaars.

De wachtzaal heeft welvende plafonds die gestut worden door zuilen waarin gedetailleerde beeldhouwwerken zijn gemaakt. Nestor herkent in één van de sculpturen de Gouden Prins die het lijk van zijn vader, de Gehangen Koning, beweent. De Prins ziet er erg knap uit. Andere sculpturen tonen een leviathan en ook een orgie.

Na een half uurtje wachten worden de Gourmands een trap op geleid en belanden ze aan de schrijftafel van een charismatische half-elf met zwart, in pommade achteruitgekamd haar en een flitsende glimlach met de naam Marco Grillo. Hij zegt dat ze recht hebben op een consult van een half uur. Hoewel de Gourmands hun vragen zuinig verwoorden heeft Marco snel door dat ze werken voor de Ambassadeur en op zoek zijn naar de Karnende Kelk. Marco denkt dat de Kelk wellicht onder de Ashoop ligt, de nog altijd nasmeulende ruïne van een herenhuis dat ooit bewoond werd door een edelvrouw die de vermetele moed had om de Gouden Prins af te wijzen. Hij zegt dat die asse niet zomaar kan verplaatst worden maar zegt dat er een specifieke spreuk bestaat die dat kan doen, en dat die wellicht kan gevonden worden in de Slangenbibliotheek. Zijn eigen hypothese is dat de Kelk begraven werd door de Kerk van Voltooiing of misschien de Ambassadeur zelf “voor zijn eigen ziek plezier.” Hij geeft de heren en Daya een Magmasleutel mee die hen toegang kan verschaffen tot de meer esoterische vleugels van de bibliotheek, maar wil de sleutel de dag erop terug. Zercon regelt nog snel een date met de knappe Marco: over drie dagen zullen ze uit eten gaan in Succi’s, een klasserestaurant. Nestor vraagt naar wat de mysterieuze Viaal kan doen. Marco zegt dat er wordt gespeculeerd dat de inhoud ervan gelijk wat het aanraakt kan veranderen in iets mechanisch. Thormund wil dan weer weten wat de Zielenspecerij doet, en Marco haalt de schouders op: “het maakt een maaltijd gewoon extreem lekker.”

Daarmee zit het onderhoud erop. Het begint avond te worden, en de Gourmands nemen de Sylvia op terug te gaan naar het Teatro Silenzio voor het avondeten en een overnachting. Aan de deur begroet de piccolo Wadde Nestor, die hem toespreekt met een geforceerd diepe stem. In de gelagzaal is Vulponia aanwezig, die tot Zercons chagrijn terug vooral aandacht heeft voor Thormund, die ze een eerlijke, oprechte man vindt. Lühü suggereert dat Thormund een hybride is tussen een steen en een man, en Thormund is het daar eigenlijk niet mee oneens. Vulponia vertelt dat Don Diplodoco Fabrizzio eens goed z’n levieten heeft gelezen met zijn domme moordplan. Fabrizzio is erg goed in zijn job, maar niet veel andere dingen, en Vulponia denkt dat hij misschien de moord op Don Diplodoco zelfs niet had laten uitvoeren.

Terwijl de Gourmands het avondmaal nuttigen, discussiëren ze weer over wat ze gaan vertellen aan de Ambassadeur, en ontstaat een consensus dat ze eerlijk gaan zijn, maar met mate. Ze kijken ook even naar de affiche van de avond en het is niet veel soeps: een vuurspuwer in een maquette van Alagadda, twee boksers verkleed als bomen en een dronkaard die dwaze adviezen gaat debiteren. De groep woont de optredens bij na het avondeten en Lühü slaagt erin de dronkaard magisch het zwijgen op te leggen. Het publiek, dat al niet geweldig gecharmeerd was door de dronkaard, heeft na enkele tellen door dat Lühü de bron is van de stilte, en applaudisseert voor hem in plaats van de performer, die discreet van het podium gehaald wordt. Don Diplodoco nodigt Lühü nadien uit om te praten over kunst, het leven, kunst, performance, kunst en komedie, maar het gesprek is nogal eenzijdig.

De Gourmands gaan slapen. Lühü probeert op de gang de wacht te houden en wordt tot drie maal toe “betrapt” door de tiefling Vergilio, een medewerker van het hotel, die zegt dat de elf of moet gaan slapen, of naar de gelagzaal moet gaan. Tegen zijn zin gaat Lühü naar de kamer waar Nestor slaapt. Hij kijkt hem aan met zijn mechanische ogen tot de gnoom wakker wordt.

De groep daalt ’s ochtends af met de lift en merkt dat er een curieuze stilte is neergedaald over het anders drukke Teatro Silenzio. In de gelagzaal wacht de Ambassadeur op de groep, aan een tafel bedekt met een rijk ontbijt. Naast en achter de Ambassadeur staat een lange, atletische en lijkbleke man gekleed in diverse metalen elementen en met een metalen band over zijn ogen – de man is duidelijk blind. Aan beide polsen heeft hij armbanden waaruit telkens drie scherpe messen komen. De Ambassadeur stelt hem voor als zijn persoonlijke lijfwacht, Voldo. De Ambassadeur nodigt de groep vriendelijk uit om met hem te ontbijten terwijl piccolo’s heel gedienstig over en weer rennen, helemaal van de kaart dat ze een gast moeten bedienen die zo veel macht heeft in Alagadda.


Voldo, de lijfwacht van de Ambassadeur


De Ambassadeur steekt van wal door te vragen wat er gebeurd is in Giordano’s Brandende Wijk maar verzekert de heren en Daya dat ze niet zullen vervolgd worden voor de dood van visconte Durolege. De man was al jaren een uitstaand probleem, en de wijk was sowieso toe aan verandering. Thormund opent zijn broek en legt de Zielenspecerij op tafel. De Ambassadeur ruikt eraan en kan bevestigen dat het inderdaad het juiste artikel is, en maakt direct het geld dat hij beloofd had over aan de groep via hun armbanden. Nestor haalt de Glinsterende Viaal uit zijn zak, en even later tovert ook Zercon de Zijden Sluier tevoorschijn. De Ambassadeur is in zijn nopjes, betaalt de helden met zijn gekende, onoprechte, skeletale glimlach en verzekert op vraag van Lühü dat als zij zulk goed werk blijven leveren, hij hen zeker nog wil inzetten voor andere opdrachten in de nabije toekomst. Meer nog, hij nodigt hen uit bij hem thuis voor een exclusieve serata waar ook andere hoogwaardigheidsbekleders aanwezig zullen zijn. De datum is komende maandag om tien uur ’s avonds. Zercon panikeert: dat is vlak na zijn date met Marco Grillo.

Lühü vermeldt dat ze toch al enkele persoonlijke kosten hebben gemaakt om de eerste drie artefacten te bemachtigen en een lening hebben moeten aangaan. De Ambassadeur compenseert dat onmiddellijk en achteloos met de attitude van iemand voor wie geld eigenlijk geen wezenlijke rol speelt. Zercon en Nestor hebben verder vragen over de methodes die ze moeten of moesten gebruiken om hun opdracht te vervullen, en dat die soms flirten met de illegaliteit. De Ambassadeur toont zich onbezorgd daarover en vertrouwt glimlachend op de “creativiteit” van de vreemdelingen. Hij houdt ook de lippen stijf over het lot van de Karnende Kelk maar lijkt het een goed idee te vinden dat ze naar I Sfumati zijn geweest en onderzoek kunnen doen in de Slangenbibliotheek.

Nestor vraagt dan wat er gebeurd is met Lardo. De Ambassadeur is geamuseerd maar verzekert dat hij geen hand had in de dood van de paladijn, maar dat die gestorven is terwijl hij deed wat hij het liefste deed: neuken, en wel in de Vleesput, het grootste bordeel van de stad. Dat zijn lichamelijke resten daarna verwerkt werden tot ontbijt voor Il Bestiario vindt de Ambassadeur ergens een fijn en toepasselijk idee dat de overdaad waarvoor Lardo streed, kon bevestigen. Thormund spreekt de Ambassadeur scherp aan op zijn losse attitude jegens leven en dood, waarop de Ambassadeur direct terugslaat om Thormund erop te wijzen dat hij verbonden is met een extreem gewelddadig extradimensionaal wezen. De geharde flik bindt bleek in. Terwijl de groep goed ontbijt, heeft de Ambassadeur nauwelijks een croissant aangeraakt, en intussen is het onderhoud op z’n einde aan het komen. Hij wenst de Gourmands (“beetje een gauche naam”) nog veel succes en verlaat het Teatro met Voldo aan zijn zijde, en de groep heel wat rijker dan voorheen.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Sessie 5 - De universiteit van het leven

Sessie 8 - Jusqu'ici, tout va bien

Sessie 9 - Koffietafels